De omgeving bekijken door een andere bril. Dat is het simpele doel achter de gelukswandelingen die Misja Immink organiseert. Elk jaar trekt hij er zo’n honderdvijftig keer op uit met zijn megafoon (of zijn roeptoeter, zoals hij het zelf noemt) in de hand en een rolstoelbrigade in colonne achter hem aan. Samen met een cohort vrijwilligers bezorgt hij bewoners van verzorgingstehuizen kriskras verspreid over Rotterdam een onvergetelijke middag. Zo’n gelukswandeling is als een warme golf van jeugdig enthousiasme die niemand onberoerd laat. (foto’s Marieke Odekerken)

Op een zonnige zomermiddag stapt Misja woonzorglocatie De Schans in Delfshaven binnen. Hij pakt zijn megafoon en vraagt de wachtende vrijwilligers en bewoners in hun rolstoel of ze klaar zijn voor de kattenbingo die hij in petto heeft. Nou is het niet een groep om in uitbundig gejuich te ontsteken, maar het enthousiasme is wel degelijk voelbaar.
Via de Noordschans gaat de groep nog wat onwennig manoeuvrerend richting de vervallen molen op de hoek met de Mathenesserdijk. Daar deelt vrijwilliger Joke papier uit en ze gaat met een blik stiften rond. “Vouw je vel in drieën en teken een kattenkop”, roept Misja door zijn megafoon. “Het gaat er niet om of het mooi is!”
Er gaat een aanstekelijke blijheid uit van Misja, de tourgids met zijn roeptoeter. Het is een jolige boel en als vrijwilliger Abdurrahman gelijk maar een hele kat tekent, deert dat niks. “Teken er gewoon iets overheen”, moedigt Misja aan. Want nu gaan de vellen naar een andere persoon die het lijf tekent en vervolgens tekent een derde de poten. Onder de aanmoediging: “Kop zoekt maker!”, draagt Misja de deelnemers op zijn of haar zelf getekende kop terug te vinden. De tekening moeten ze waarderen met een cijfer. En daarna moeten rond de kat nog tien cijfers onder de honderd geschreven worden. Zo ontstaat een zelfgemaakte bingokaart met een krakkemikkig getekende kat erop.
De stoet zet zich weer in beweging en als Misja op de Mathenesserdijk 40 een kat in het raamkozijn ziet zitten, roept hij hard: “Veertig! Wie dat cijfer heeft, streept hem door. Snappen we het? Dit doen we net zo lang tot iemand vier cijfers weggestreept heeft op zijn kattenbingokaart. Wie de vier cijfers heeft, roept hard POES! Dan moet het wel goed zijn natuurlijk, want anders moet je voor straf janken als een kat.”
Deelneemster Anneke staat van enthousiasme op en gooit pardoes haar rolstoel om. Intussen ziet Misja een vis op het rolluik van nummer 63. Ook dat nummer mag van de kaart gestreept worden: “Want katten houden van vis!”
Lopend richting het oude Delfshaven bij de Pelgrimsvaderkerk vliegen de nummers om de oren van de deelnemers. Het geluksgetal van een toerist die van katten blijkt te houden mag afgestreept, net als het huisnummer van een pand waarin een schilderij met een koe erop te zien is. “De kat houdt van melk dus de koe is de vriend van de kat!”
De deelnemers gieren van de lach om de gekke redenen om een nummer te roepen en speuren fanatiek op hun bingokaart of ze het zojuist geschalde nummer hebben. Tot mevrouw Lo-Lau en vrijwilliger Liron heel hard “POES, POES” roepen en een goede bingo blijken te hebben. Ze winnen er een groene speelgoedauto mee.

Bij de volgende opdracht moeten de deelnemer een muis van klei maken. Lo-Lau kleit er lustig op los, ook al begrijpt ze de opdracht niet zo goed omdat ze uitsluitend Chinees spreekt. Alle deelnemers zijn enorm in hun sas en doen vrolijk mee met de volgende taak: een poes tekenen met stoepkrijt. Alle? Nee, er is één deelnemer die achteraf in haar rolstoel zit te mokken. Carla knort dat ze voor het eerst mee is: “Maar ook voor het laatst, hoor. Ik vind dit niks, zo in de zon en zonder water.” Ze weigert dan ook pertinent een muis te kleien of een kat te stoepkrijten. Dwars door Carla’s gemopper heen vertelt vrijwilliger Ton intussen in opperbeste stemming dat hij zo vaak mogelijk meegaat met een wandeling: “Ik vind het geweldig, want je bent lekker buiten en je maakt intussen mensen blij.”
Joke valt hem bij: “Hoe bijzonder dat is, blijkt wel uit de woorden van mevrouw Van den Akker. Die zei net: ‘Leuk hè?’ Nou, dat heb ik haar nog nóóit horen zeggen. Je brengt deze mensen echt een beetje geluk. Of de zon nou schijnt of dat het koud is, de meeste mensen die we naar buiten nemen, leven helemaal op. Een paar weken geleden zei een deelneemster nog dat ze maanden niet buiten was geweest en dat ze maanden kon teren op die ene gelukswandeling. Daar doe je het toch voor? En toen een van onze vrijwilligers dementie kreeg en in een tehuis terechtkwam, zijn we bij hem langs geweest voor een gelukswandeling. Ik heb aan het einde ervan de wals met hem gedanst. Hij in zijn rolstoel, ik ernaast. Hij was zo gelukkig. En ik ook; omdat ik iets terug kon geven aan iemand die zich zo lang ingezet heeft voor anderen.”
Na een rondje bellenblazen, dat Misja aanduidt als de luchtbelopera, en een ijsje keert de stoet terug naar De Schans. De deelnemers worden naar hun kamer begeleid en keren zo terug naar hun dagelijkse isolement. Beneden zit Misja nog na te gloeien van deze geslaagde wandeling. “Dit is toch prachtig?”, blikt hij terug. “Ik doe dit sinds 2012 en ik geniet nog steeds van elke wandeling. Het is zo bijzonder om deze mensen mee naar buiten te kunnen nemen en ze hun omgeving te laten verkennen. Een omgeving waar ze vaak nauwelijks nog komen. Ik probeer altijd manieren te vinden om je te verbazen en te verwonderen, om op een nieuwe en onverwachtse manier naar die omgeving te kijken.”

Misja begon samen met Herman, een mantelzorger die een veilige wandeling voor zijn partner had ontwikkeld; goed trottoir, bankjes onderweg en een mogelijkheid om onderweg een toilet te bezoeken. “Zij liepen samen en bleven zo onderdeel uitmaken van de stad. Dat vond ik schitterend. En toen ik hoorde dat mensen in een verzorgingstehuis soms meer dan een maand niet buiten komen, zijn we de veilige wandelingen gaan opwaarderen met het element ‘geluk’. Verwonderwandelingen werden het voor groepen. Ik begon bij Humanitas aan de Bergweg, al snel sloot Laurens Antonius zich aan, daarna Laurens, Simeon en Anna dat nu Hof op Zuid heet en vervolgens sloten ook andere huizen van Laurens zich aan.
Dankzij bijdragen van de Stichting Neyenburgh, die zich richt op het bevorderen van de geestelijke en lichamelijke gezondheid van bejaarde personen, kon ik een boost geven aan mijn wandelingen en kon ik professionaliseren. Ik kon die bingowandelingen opzetten en materialen kopen en activiteiten onderweg initiëren. Zonder die bijdrage en zonder de enorme stoet aan vrijwilligers die mee willen helpen, zou ik dit niet kunnen doen.”
Wat de kattenbingo van vandaag laat zien, is dat er heel veel manieren zijn om naar je omgeving te kijken. En dat die andere blik tot verwondering en enthousiasme leiden. “Ik zie de omgeving als een museum waarin je eindeloos kunt ronddwalen. Het is voor mij een roeping geworden om dit te doen. Ik help er een kwetsbare groep in mijn stad mee en breng hen in contact met mensen die ze normaal niet snel zouden ontmoeten. Zo werk ik ook samen met bedrijven en scholen; dan zijn de kinderen of de medewerkers de vrijwilligers. Vorige week was ik op stap met tien bejaarden en tachtig kinderen. De grootste lol met elkaar, ze maakten samen tekeningen en gingen bellenblazen. En aan het eind gingen die kinderen in een grote slinger langs alle bejaarden om ze een high five te geven.”
Inmiddels loopt Misja zo’n honderdvijftig gelukswandelingen en 25 bingowandelingen per jaar door de stad en bereikt hij ruim vijfduizend mensen per jaar. Met zijn eigen vrijwilligers, met de scholen en met bedrijven. Hij heeft ook een pakket ontwikkeld voor welzijnscoaches: “Zodat zij er op uit kunnen met hun cliënten en ze niet afhankelijk zijn van mijn bezoekjes. Want ik zit echt wel aan het maximale dat ik kan behapstukken. Ik weet nog dat ik dacht: dat doet natuurlijk niemand. Maar het gebeurt wel! Ik vind dat fantastisch, want zo delen we een beetje vrolijkheid en creativiteit met elkaar. Daar wordt in mijn ogen het leven van kwetsbare Rotterdammers echt leuker van.”
(verschenen in ‘De dansende diva en de Baltische prinses’, jaarverslag 2024/2025 Volkskracht)