Omarm je valkuilen

“Toen alles een beetje verkeerd ging in mijn leven was ik 23.” Vivianne zit op een leren bank in haar studentenkamer. Het zonlicht trekt harde strepen door de karig ingerichte ruimte. Ze werd gedwongen drugs te smokkelen voor haar vriend. Saillant detail: hij zat in die tijd in een tbs-kliniek. (foto Valerie Kuypers)

Ze kijkt naar haar handen, groot en sterk van een jeugd lang turnen op hoog niveau. “School, turnen, eten, slapen; dat was mijn wereldje.” Op haar vijftiende scheurt ze echter haar enkelbanden en toen was haar carrière zomaar ineens over: “Ik ging naar het Sios, voor een sportopleiding. Daar maakte ik voor het eerst kennis met wat nu mijn ex-vriend is. Toen vond ik het een arrogante kwal, kan ik me herinneren.”
Op het Sios vindt ze een wereld die ze nog niet kent: stappen, drugs, jongens. ”Ik kende dat niet en ik was even van god los. Maar van de ene op de andere dag was ik er klaar mee en ben ik overal mee gekapt. Daarna ben ik een opleiding maatschappelijke zorg gaan doen.”
Een nieuw leven, maar het oude leven laat haar niet helemaal los: ze krijgt via Facebook contact met die arrogante kwal. “Hij vertelde dat hij problemen had en in een kliniek zat. Hij werkte eraan om weer zelfstandig te wonen. Toen het contact intensiever werd, zei hij dat hij in een tbs-kliniek zat omdat hij verslaafd was aan drugs en een incident had gehad.”

‘Ik heb me lang de schuldige gevoeld, want ik had hém een opening geboden’

Ik kan helpen
Uit nieuwsgierigheid spreekt ze af. “Ik zoek grenzen op, waarom ga je anders naar een tbs-kliniek? Het mocht geen project worden, zei ik tegen mezelf. Ik had vooraf het beeld dat we in een aparte ruimte zouden zitten, maar ze leidden me naar zijn kamer. Hij had televisie en telefoon, eigen douche en toilet. En hij mocht naar buiten. Het voelde vrij en open.”
Op zijn kamer, tegen haar eigen voornemen in, springt de vonk over. “We gingen diep, hij raakte me in onze gesprekken. Hij wist precies wat hij op welk moment moest zeggen en wat ik wilde horen. Nu zie ik dat het zijn ‘baan’ is meisjes te doorprikken. Intelligente, zelfstandige en gevoelige meiden, dat zoekt hij. En ik dacht: ik kan helpen.”

Je normaallijn verleggen
Ook privé weet hij Vivianne in te palmen. Langzaam worden zijn vrienden haar vrienden; mensen die zij vertrouwt, raken op de achtergrond. Zo wordt ze ook richting criminaliteit geduwd. “Iedereen heeft een normaallijn, maar die kun je verleggen. Als jij drugs gaat dealen, weet je dat het fout is en in het begin vind je het eng. Maar je spreekt anderen die ook in het wereldje zitten en zo raakt het langzaam maar zeker gewoon.”
De valkuil voor Vivianne is dat ze krap bij kas zit. En dat ze het hem vertelt. “Dat was de opening die hij nodig had om mij definitief onder zijn invloed te krijgen. Achteraf heb ik me nog lang de schuldige gevoeld, want ik heb hém die opening geboden. Hij wist wel een manier om aan geld te komen: door te gaan masseren.”
Na een paar incidenten met mannen die een happy end willen, weigert ze dit nog langer te doen en hij komt met een ander voorstel: drugs dealen. “Ik praatte veel van zijn gedrag goed. Ik dacht zijn woede te snappen en wilde helpen. Ook dacht ik: drugs dealen is een makkelijker en minder pijnlijk dan mannen masseren. Dus ik zei ja. Ik smokkelde drugs de kliniek in voor zijn handeltje. Cocaïne, wiet, ghb, anabolen, naalden. Ik deed drugs in een condoom en bracht die bij mezelf in. Naalden stak ik in mijn beugel-bh. De controle stelde niks voor en ik kon elke dag komen.”

Vernuftig geweld
Hij begint zelf ook anabolen te gebruiken en neemt een deel van de drugs zelf. “Ik denk dat hij in die tijd méér drugs ging gebruiken. Ik ben ervan overtuigd dat er al drugs gebruikt werden in die kliniek.” Door de toename van zijn drugsgebruik, wordt hij gewelddadig. “De seks werd grof en pijnlijk, het was steeds vaker gedwongen. Hij sloeg me met de gesp van zijn riem, soms sloeg hij me zelfs knock-out. En om niet op te vallen, zette hij zijn muziek keihard aan en zijn maten gingen voor de deur van zijn cel pingpongen als ik er was. Ze hielpen elkaar.
Urenlang kon hij met me doen wat hij wilde. Aan het eind van het bezoek liep ik weggedoken met mijn haren voor mijn gezicht weg. Zijn medegevangenen zeiden: ‘Die chick van jou loopt veel te snel. Dat valt op.’ Ik kon zijn begeleiders alleen op deze manier tonen dat het niet goed ging met mij, maar dat signaal leken ze nooit op te pikken.”

Doodsbang
Op de vraag waarom ze nooit heeft geprobeerd aan de situatie te ontsnappen, is ze resoluut. “Hij wist alles. Als ik na het stappen thuiskwam, kreeg ik direct een appje: fijn dat je veilig thuis bent. Hij wist wat ik aan had in de disco, wat ik had gedronken, hoe vaak ik naar de wc was geweest. Hij stuurde foto’s van het huis van mijn ouders en zus. Dat gaf het gevoel dat hij een heel groot netwerk had. Ik was doodsbang; de enige manier om veilig te ontkomen was me laten pakken.” Dat moment komt als ze onderweg naar de kliniek geen condoom bij zich blijkt te hebben. “Holy fuck, dacht ik. Ik kan niet met lege handen komen, dan gaat hij door het lint. Ik stop het gewoon in mijn bh. Toen ik parkeerde bij de kliniek wist ik dat ik gepakt zou worden. Ik was bang en opgelucht tegelijk.” Op het politiebureau vertelt ze alles: “Ik wist: hij of ik, en ik ga niet mijn toekomst verneuken om hem. De officier van justitie zei: ik seponeer jouw zaak als je aangifte doet.”

‘De beste manier om hier bovenop te komen? Niet meer op mannen vallen!’

Een monster kan niet veranderen
“Achteraf hoorde ik dat hij een narcistische, sadistische psychopaat is en tbs had omdat hij zijn vorige vriendin wat aangedaan had. In de kliniek zochten ze een manier om hem binnen te houden. Dus ze wisten wel wat er gebeurde. Ze lieten het gaan in de hoop bewijs te verzamelen.” Vervolgd is hij niet: “Ze hadden niet genoeg hard bewijs.”
Toch is Vivianne niet bang. “Ik weet nu hoe slim hij te werk ging en hoe klein zijn netwerk is. Hij heeft een paar vertrouwelingen die veel voor hem doen. Hij is inmiddels vrij, heeft een relatie en een kind. Ik ben bang voor hun, want hij gaat ooit de fout in. Hij een monster; ik geloof niet dat een monster kan veranderen. Het kan een masker opzetten, maar dat valt een keer af. Ik hoop dat hij dan gepakt wordt. Verder laat ik het. Ik zie nu mijn valkuil: ik ben te lief, wil iedereen helpen.”
Ze stapt haar balkon op. De zon in. “De beste manier om hier overheen te komen?” Ze lacht, spreidt haar armen en omhelst de wereld; “Niet meer op mannen vallen!” Ze straalt. “Niemand maakt mij nog bang. Mijn les voor de wereld: iedereen heeft een valkuil en kan slachtoffer worden. De monsters weten aan welke knoppen ze moeten draaien. Omarm je valkuilen en overwin ze als je het monster tegen het lijf loopt.”

(verschenen in de bundel UITGEBUIT, een tweeluik waarin slachtoffers van mensenhandel hun verhaal vertellen en waarin hulpverleners uitleggen wat zij voor hen kunnen doen. De bundel werd op 7 november 2019 uitgereikt aan HKH Prins Beatrix)