Het verhaal vertellen dat de wereld moet horen

Ze is net terug uit Ethiopië waar honderdduizenden mensen op de vlucht zijn voor honger en droogte. Ook zag ze de gevolgen van de aardbeving in Japan met eigen ogen. En vorig jaar bezocht ze Pakistan waar miljoenen mensen gebukt gingen onder de ergste overstromingen in decennia. In het veld tussen al die ellende is Eva Smits, persvoorlichter bij het Nederlandse Rode Kruis, op zichzelf aangewezen. (foto: Petterik Wiggers)

 

Het Rode Kruis heeft overal ter wereld vestigingen. Als zich ergens een ramp voordoet, staan medewerkers van de organisatie in luttele uren klaar om te helpen. Maar hoe groter de ramp, hoe waarschijnlijker dat het de capaciteit van het lokale Rode Kruis te boven gaat. ‘Dan gaat er een oproep uit naar de andere verenigingen om bijstand te verlenen’, vertelt Smits. ‘Hulp kunnen we bieden in de vorm van financiële bijdragen en gespecialiseerde noodhulpteams (emergency relief units). Zo hebben wij een unit grootschalige distributie van hulpgoederen en heeft Noorwegen een noodhospitaal.’ Los van deze hulpverleners, stuurt het Rode Kruis ook vaak woordvoerders richting een rampgebied. Smits: ‘We krijgen informatie via collega’s in het land, maar vaak is het slim zelf af te reizen. Zo ontlasten we de lokale medewerkers die zich moeten bezighouden met noodhulp. En wij brengen de ramp in beeld voor pers en publiek in eigen land. Voor hen zijn we een autoriteit als het gaat om nieuws vanuit een rampgebied. De pers vraagt ons dan ook altijd of er iemand in het gebied is die Nederlands spreekt.’

Als de nood aan de man is, kunnen Smits of één van haar twee collega’s binnen 48 uur in het vliegtuig zitten. Als ze aankomt, is ze voor haar werk op zichzelf aangewezen. ‘Collega’s daar wil ik zo min mogelijk tot last zijn. Dus waar mogelijk kijk ik over hun schouders mee en haak ik aan. Ik lift mee met auto’s of konvooien die naar de rampplek gaan. Ik spreek slachtoffers. Ik fotografeer, maak filmpjes. Zo krijg ik een beeld van de situatie.’

Gewapend met die informatie schrijft Smits voor de website van het Rode Kruis en ze spreekt met de Nederlandse pers. Op de radio geeft ze interviews via de satelliettelefoon, als het lukt stuurt ze beelden naar redacties van tv en de krant. Als ze terug is, vertelt ze op televisie het verhaal van de ramp. Smits geeft feiten en cijfers, vertelt verhalen van slachtoffers en probeert het publiek warm te krijgen om bij te dragen aan noodhulp.

Badiya

Dit pionierswerk staat bij Smits in het teken van persoonlijke verhalen. Ze geeft de ramp een gezicht; laat de mensen thuis op de bank voelen hoe het is alles te verliezen doordat je op de vlucht moet voor natuurgeweld of een gewapend conflict. Bij grote rampen zijn de kille cijfers zo duizelingwekkend dat ze niet meer te bevatten zijn. In Pakistan raakten 4 miljoen mensen dakloos, werden 1,2 miljoen huizen verwoest en overstroomde een gebied zes keer zo groot als Nederland. En Japan: daar werden 20.000 mensen gedood en 87.772 huizen verwoest. De schade wordt geschat op 91,4 miljard euro.

Tegenover deze onvoorstelbaar grote aantallen, staan de kleine verhalen van de slachtoffers die het aan den lijve ondervinden. Smits laat de oude vrouw aan het woord die huilt dat ze de kracht ontbeert haar leven opnieuw op te moeten bouwen. Ze geeft iemand als Badiya een stem. Deze 25-jarige vrouw ontmoette ze eind juli in het overvolle vluchtelingenkamp Dolo Ado in Ethiopië.

‘Hoogzwanger was ze met haar man in een geleende auto gevlucht voor honger en droogte. Opeens kwamen de weeën. Haar man stopte en zij beviel langs de kant van de weg. Ik zat naast haar op de stoffige grond van het kamp; ze vertelde het alsof zonder medische hulp bevallen doodnormaal is. Een paar dagen later werd hun auto afgenomen door milities van Al-Shabaab. Nog zeventig kilometer moesten ze lopen om bij het kamp te komen. Met twee pasgeboren baby’s in haar armen, lichamelijk uitgeput door de bevalling. Naast de ellende die aan haar af te lezen was, zag ik de kracht en het moederinstinct dat haar had voortgedreven. Ik nam afscheid. En sindsdien laat ze me niet meer los.’

Afschermen

Ze vertelt haar verhaal ongedwongen, ontspannen zittend in het kantoor van het Rode Kruis in Den Haag. Voor een deel is dat schijn; het veldwerk is loodzwaar. Onderweg is ze 24 uur per dag bezig met praten, filmen en fotograferen. Smits: ‘Er is geen tijd voor reflectie. Je gaat continu door om het verhaal te vertellen dat de wereld moet horen. In de hoop dat de mensen steun geven.’ Als ze terugkomt, kan ze aanspraak maken op psychische begeleiding. ‘Door de drukte ga je voorbij aan wat je ziet. Tijdens de missie zit je vol adrenaline en scherm je jezelf af. De dreun komt als je terug bent. Dan moet je jezelf wel een beetje terugvinden.’ Dat lukt haar steevast, want van een ding is ze overtuigd: ‘Dit is de mooiste baan in de wereld.’

(publicatie: vakblad C – 2011)