Roman Spitzer

Een instrument van wereldniveau

Geboren in Rusland, geëmigreerd naar Israël en voor de liefde naar België verhuisd om vervolgens als eerste altviolist bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest te gaan spelen. Om aan de bijzondere levensweg van Roman Spitzer nog een extra hoofdstuk toe te voegen: sinds dit jaar speelt hij op de vierhonderd jaar oude Brensi altviool die de stichting Kleijn van Willigen-Goddard aanschafte en aan het orkest in bruikleen gaf. “Dit instrument is beter dan een Stradivarius.”

Spitzer staat in de lege Grote Zaal van De Doelen. In het koffertje naast hem bevindt zich dé altviool. Een instrument waar een astronomisch prijskaartje aan hing, maar waarvan het geluid haast hemels klinkt. Voorzichtig tilt hij het instrument uit zijn beschermende huls en zacht streelt hij de snaren met zijn strijkstok. De hele ruimte wordt gevuld met een hoge noot, al snel gevolgd door hogere en lagere tonen als zijn vingers en strijkstok steeds vlugger over de snaren bewegen. Spitzer sluit zijn ogen en lijkt in trance te raken bij de flarden muziek die hij speelt.
Na enkele minuten stopt hij, het geluid lijkt te echoën in de Grote Zaal. Er verschijnt een bescheiden glimlach op zijn gezicht.

“Vergelijk het met wijn”, zegt hij uiteindelijk. “Je proeft een groot verschil tussen een wijn van vijf euro en een wijn van honderd euro. Heel misschien heb je ooit in je leven een wijn geproefd die een paar duizend euro kost en je kunt slechts raden hoe een absolute topwijn smaakt die een half miljoen kost. Die kwaliteitsverschillen heb je ook bij een instrument. Met dat verschil dat de wijn op is en je je alleen de smaak nog herinnert; een topinstrument kun je steeds weer horen. Deze altviool is zo’n instrument van wereldniveau. Vandaag hadden we een repetitie van Divertimento for String Orchestra, een stuk van Béla Bartók, waarin ik maar een paar solonoten had. Zelfs dan worden mensen direct gegrepen door het geluid, gaan op het puntje van hun stoel zitten.”

Kwartet
Toen Sint-Petersburg nog Leningrad heette, zat Spitzer op een speciale muziekschool. “Ik was zes jaar en ging naar de basisschool. Daarnaast ging ik óók naar deze speciale school. In die tijd was het muziekonderwijs in Rusland heel anders. Ik leerde niet alleen viool spelen, ik kreeg ook les in vakken als muziekliteratuur, koorzang en orkestratie.”
De middelbare school staat voor Spitzer eveneens in het teken van de muziek. In die tijd komt hij voor het eerst in aanraking met de altviool: “Ik was gelijk verliefd. De altviool heeft een lager geluid dan de viool, als de stem van een contralto, een wat lagere vrouwelijke stem. Een diep, geruststellend geluid. De viool is wat hoger, iets meer hysterisch. Waar de viool een verwende prinses is, is de altviool een koningin. Iemand met meer balans, meer ervaring. Het instrument is ook iets groter. Het klopte voor mij.”
Spitzer gaat studeren aan het Rimsky Korsakov Conservatorium, maar als de Sovjet-Unie uiteenvalt in 1990, emigreert hij naar Israël. In Tel Aviv vervolgt de jonge musicus zijn opleiding. “Ik moest mijn viool achterlaten in Rusland, maar mijn simpele altviool mocht ik meenemen. Op het conservatorium in Tel Aviv zeiden ze: ‘Om toegelaten te worden, moet je examen doen. Het kost tijd om een ander instrument te regelen, dus speel op de altviool die je hebt. Ik werd aangenomen, al klonk ik voor mijn gevoel vreselijk, en ik ben trouw gebleven aan de altviool. Mede door centrale rol die het instrument in een orkest speelt. De altviool kan alle kanten op, van solo tot de basis waarop andere instrumenten tot hun recht kunnen komen in een muziekstuk.”

Liefde
Van 1995 tot 2016 speelt Spitzer voor het Israel Philharmonic, waar vermaard dirigent Zubin Mehta hem aanstelt als eerste altviolist. “Ik heb gewerkt met vrijwel alle grote dirigenten van deze tijd en ik heb over de hele wereld gespeeld. Dit orkest heeft mij gevormd.” Toch vertrekt de musicus uiteindelijk uit Israël. Voor de liefde, bekent hij na enig aarzelen. Hij strijkt neer in Antwerpen, de stad waar zijn vriendin woont. Van daaruit is de stap naar Rotterdam niet zo groot en als er een positie vrijkomt bij het orkest in de havenstad, meldt Spitzer zich direct. “Ik had vaker in Europa gespeeld, maar ik wilde ook graag weten hoe het is om in een Europees orkest te spelen. Ik ben heel blij dat ik hier speel; de sfeer in het orkest is mooi, heel warm en we ondersteunen elkaar allemaal. Dat ik vervolgens de kans krijg om op zo’n bijzonder instrument te spelen, maakt het compleet.”
Dat instrument lag trouwens niet zomaar klaar voor Spitzer – zelfs fondsen ervoor lagen niet zomaar voor het grijpen. Het is onmogelijk dergelijke kostbare instrumenten te bemachtigen voor een orkest zonder de investering van een stichting als Kleijn van Willigen-Goddard. Met de toezegging van deze stichting om een altviool aan te schaffen en in permanente bruikleen te geven aan het Rotterdams Philharmonisch, ging Spitzer op zoek naar de perfecte altviool.

Zoektocht
Die zoektocht duurde jaren. “Ik ben op veel plaatsen geweest en heb veel altviolen kunnen proberen. Soms heb ik zelfs kleine reparaties laten uitvoeren om het geluid te verbeteren. Maar dat geluid moet exact aansluiten bij mijn wens. Dat is als een zoektocht naar iemand die je nog niet kent en waarvan je niet zeker weet hoe ze eruitziet.”
Hij kijkt met warme blik naar de altviool in zijn handen. “De altviool is mysterieus en onvoorspelbaar. Het is als het slaapliedje dat je moeder zong toen je klein was, het dompelt je zachtjes onder. Totaal anders dan de viool, dat is de schelle uitbarsting van een sopraan.”

De altviool in zijn handen is vierhonderd jaar oud en werd vervaardigd door Antonio Brensi, vermaard vioolbouwer uit Bologna. “Brensi was groot fan van Gasparo da Salò uit Brescia, een van de eerste grote vioolbouwers. “In navolging van hem is ook Brensi violen gaan bouwen. Het bijzondere aan die Brensi is, dat er nog maar vier of vijf altviolen bekend zijn in de wereld. Het is hoogst uitzonderlijk dat je er eentje tegenkomt, laat staan dat je die kunt aanschaffen.
Door de eeuwen heen zijn er wel restauraties geweest aan deze altviool, en niet alles is even netjes gedaan. Toch is het een uniek instrument. Het geluid ligt dicht bij de menselijke stem en ik heb veel altviolen bespeeld in mijn leven, maar dit exemplaar is uitzonderlijk. Weet je hoe ik het zie? Het is als een huwelijk tussen het instrument en mij. We bewerkstelligen een innige band. Pas dan kan ik echt het beste uit haar halen. Ik speel er nu een half jaar op en ben nog steeds aan het kennismaken. Ik leer nog elke dag meer over haar, over haar karakter en haar ziel. En ik merk dat er nog veel meer te ontdekken valt. Er zit nog zoveel meer potentie in de altviool dan ik er nu al uit kan halen. Het is een avontuur om haar te bespelen en steeds beter te leren kennen.”

Op de warme klanken van de altviool

Mevrouw Kleijn van Willigen-Goddard zit in de woonkamer van het familiebuiten in Epe. Ze heeft het huis samen met haar man laten bouwen in 1956. De locatie is adembenemend: een groot raam biedt uitzicht op prachtige paarse heidevelden die, omzoomd door een zee van helgroene bomen, liggen te schitteren in de late middagzon van eind september.


In deze oase van rust krijgt mevrouw Kleijn van Willigen-Goddard 24-uurszorg, want al is haar geest nog zo scherp als een mes, het lichaam gaat hard achteruit. Toch zit ze fier overeind. Ze draagt een sjiek azuurblauw jasje boven en blauw geruite broek met kaarsrechte vouw. Broos glimlacht ze als ze vertelt over de stichting die ze in 2001 oprichtte met haar man, oud-directeur van bergingsbedrijf Smit Internationale: “Amsterdam krijgt altijd meer. Meer subsidie. Meer steun. Meer aandacht. Dus leek het ons goed de culturele sector in Rotterdam te gaan steunen. We steunden van alles, van educatie tot de Operadagen. Maar dat versnipperde vonden we niks. We zijn ons gaan concentreren op één ding: muziekinstrumenten. Onze eerste aankoop was een cello die we aan het Rotterdams Philharmonisch Orkest in bruikleen gaven.”
Daarna werd er een eerste altviool aangeschaft, waarop altviolist Galahad Samson speelt. Aankopen waarbij je niet over een nacht ijs gaat, bezweert ze met strenge blik: “Het moet passen bij de persoon die erop zal gaan spelen én het moet bijdragen aan een betere klank van het orkest als geheel.”

Recent is er een tweede altviool gekocht via de stichting, waarop Roman Spitzer speelt. Deze heeft mevrouw nooit gezien, maar daar komt vandaag verandering in. Spitzer komt met zijn vriendin, pianist Maria Meerovitch, naar de Veluwe om de oprichter van het fonds te trakteren op een privéconcert. En dat kunnen zomaar de laatste noten zijn die mevrouw ooit live hoort, nu haar zwakke gezondheid een bezoek aan De Doelen onmogelijk maakt.
Als de eerste altviolist van het orkest binnenstapt, toont hij het instrument aan mevrouw. Er heerst een haast sacrale stilte als zij er teder overheen streelt. Ze bekijkt de altviool vol ontzag. Dan fluistert ze dat Spitzer zich vast klaar wil gaan maken. “Mijn man en ik voelden ons altijd betrokken bij het orkest en het voelde goed om het Philharmonisch te steunen. Ik werd al op jonge leeftijd mee naar het orkest gesleept door mijn ouders. Zij hielden ervan en ik denk dat mij meenemen goedkoper was dan een oppas regelen.”
Een van haar vroegste herinneringen aan het orkest is van een bijzonder optreden: “Ik denk dat niet veel mensen het nog weten, maar het orkest trad op vlak na het bombardement op Rotterdam. Ook het orkest had enorme schade geleden. Maar in de manege aan de rand van de stad gaven ze een gratis concert om wat verlichting te geven. De staldeuren stonden open, de vogels zongen, het orkest speelde toepasselijk Die Unvollendete van Franz Schubert, de onvolledige. Het was een belévenis tussen alle ellende van dat moment.”

Ze zucht en kijkt naar haar handen. Zelf speelde ze piano: “Maar mijn handen willen niet meer. Ik ben blij dat mijn stichting kan investeren in het orkest, zo blijf ik toch verbonden met de muziek. Zelf ben ik niet bij de aankoop betrokken geweest, overigens. We hebben de stichting bewust overgedragen aan Volkskracht. We wilden de kinderen er niet mee belasten en bij Volkskracht werken kundige mensen bij wie ons ideaal in goede handen is.”
Er trekt een meewarige glimlach over haar gezicht. Dan wenkt mevrouw Kleijn van Willigen-Goddard de verzorgster en laat zich overeind helpen. Voorzichtig loopt ze naar de aangrenzende kamer en vlijt zich neer in een gemakkelijke sofa. Wanneer Spitzer en Meerovitch die Märchenbilder, opus 113 van Robert Schumann, inzetten, sluit ze haar ogen en laat zich meevoeren op de warme klanken van de vierhonderd jaar oude altviool. Heel even is haar kwakkelende gezondheid verdreven. Heel even waant ze zich in het rode pluche van De Doelen.

Mevrouw Klein van Willigen-Goddard is op 30 oktober 2020 in het bijzijn van haar dierbaren overleden.