Red Light Tales

Tinteling van de geest

Proza voor het boek Red Light Tales van Bea Bambara

Het was later dan hij gehoopt had. Maar met het stijgende gevoel dat hij zijn tijd hier zat te verdoen, groeide ook zijn vastberaden wanhoop. Niet voor niets was hij na weken dralen de zaak ingestapt. Niet voor niets had hij met zijn ontluikende mannenlijf, de slungeligheid van een tiener net weggepoetst, plaatsgenomen op de klassieke houten barkruk met versleten bruinleren zitting. Plooien aan de zijkanten.

Hij kon nu niet opgeven.
Daarvoor zat hij hier nu te lang op die kruk.
Te wroeten en te draaien, scenario’s in zijn wellustige geest af te draaien. Met het vage idee dat hij van de alcohol wellicht zou ontspannen, het hem in staat zou stellen de drempel over te stappen en haar eindelijk aan te spreken, had hij meer dan twee uur geleden een rum-cola besteld bij Aagje die vandaag achter de bar stond.
Een tweede was nodig geweest en daarna was het ook nodig gebleken over te stappen op de noodgreep die hij van zijn vader geleerd had. Een colaatje met ijs, veel goedkoper dan de mix, zodat de bruine borrelende vloeistof verdund leek te worden door het smeltwater van de transparante ijsschotsen in het glas.
Onder de bar vulde hij bij vanuit een borstflaconnetje. De goedkope strohrum die hij bij het kruideniertje op de hoek gekocht had en in de flacon overgegoten had, was bijna op.

Veel had het niet geholpen.
Inmiddels steeg de alcohol naar zijn hoofd en zakte de moed hem in de schoenen. En hij had zich zo goed voorbereid. Aan de Tweede Katendrechtse Kade had hij een fles Vino de Fruta Bomba gekocht van de bakszeun op een Cubaans koopvaardijschip dat vanuit Havana via de Amerikaanse kust naar Rotterdam gevaren was met kokosolie en cacao aan boord. Ook al was hij de laagste in rang en werd hij tijdens de dekdiensten rondgecommandeerd door zijn meerderen, wat neerkwam op iedereen aan boord, als smokkelaar van de beste Cubaanse fruitwijnen bleek de jongeling een kei.
Het etiket was wel wat dubieus. De tekening van een opengesneden, groene papaya deed door het oranje vruchtvlees aan de binnenkant meer denken aan een schede dan aan een stuk zoet tropisch fruit. Of tenminste, dat dacht hij. Een schede, het woord dat zijn moeder één keer en met het schaamrood op haar kaken zacht fluisterend uitgesproken had toen ze hem vertelde over ‘de daad’, had hij nog nooit van zijn leven in het echt gezien. Het was een nogal verwarrend gesprek geweest waarin hem geenszins duidelijk geworden was hoe die daad geschiedde noch wat er van de man werd verwacht. Zijn inmiddels zinnelijke blik was nog niet verder gekomen dan de donkerroze negligés van de lichtekooien in de bars op de Kaap, waar hij slechts met de grootst mogelijke inspanning een vage hint van een tepel door de kanten top kon zien schemeren.
De exotische wijn zou de bekroning worden van de strooptocht die hij zichzelf voorgenomen had en die nu dreigde te verzanden in de mistige waas van slechte strohrum en overmatige hoeveelheden koolzuur.

Vanaf de smalle kant van de toog had hij haar al de hele middag in de gaten gehouden. Zij zat met haar rug naar het raam, het witkanten gordijn dat Aagjes moeder had zitten naaien in het achterkamertje van de American Bar aan de Brede Hilledijk, daar waar het biljart ooit stond, onttrok zijn Zundapp aan het oog. De lage brommer met karakteristiek lang zadel was niet de meisjesmagneet gebleken die de gladde verkoper met het van brillantine blinkende haar hem beloofd had. Het oude beest stond er wat verloren bij. Een fiets met zijwieltjes op het plein van een middelbare school.
Nadat hij voor het eerst haar benen had gezien achter het tot de grond reikende raam van de American Bar, niet meer dan rondingen van bleke kuiten boven sierlijk rode lakschoenen onder het witkanten gordijn, achtervolgden die perfecte lelieblanke golven zijn doorwoelde dromen, waar hij met een gepijnigd lijf uit wakker schrok. Lakens klam, pyjama doorweekt. Wekenlang was hij voorbij geknetterd op zijn beigeoranje brommer om te kijken of hij een glimp van die hemelse kuiten op kon vangen. En na nog meer weken had hij dan eindelijk de moed gevat aan de kade te informeren naar die exotische zoete wijn met haar ontregelende etiket. Om behoedzaam toe te slaan als een tijger die zijn prooi in stilte besluipt en op het perfecte moment toespringt. Een balts tussen rover en prooi.

Plotseling keek ze hem recht in zijn ogen. Zijn gedachten bevroren in zijn hoofd. Vanuit zijn holtes maakte een gloed zich meester van zijn wangen. Zweetdruppels parelden onder zijn korte haren vandaan en vormden voren op zijn verbijsterde gezicht.
Groen. De eerste grassprieten die zich een weg worstelen door de laatste resten sneeuw in het voorjaar.
Voor het eerst zag hij de kleur van haar irissen.
Groen. De onderbuik van de kikker met de felrode ogen die hij gezien had in een boek over Costa Rica in een boekhandel op de Oude Binnenweg. Gefascineerd had hij staan bladeren, urenlang zo leek het. De kikker was hem bijgebleven. Net als de plotselinge wens ooit op de vaart terecht te komen om de wonderen van de hem onbekende natuur in verre oorden zelf te kunnen aanschouwen. Dat boek had hem naar de Kaap gebracht. Hij had rondgezworven over de kades. Het zure zweet van de cargadoors opgesnoven. De vale tatoeages van vele bonkige kerels bewonderd, zich afvragend hoe scherp de pijn zou zijn als een trillende naald zwarte inkt in een verse wond zou wrijven. Hij wilde deel uitmaken van die wereld van hard werken voor een paar centen en een kop vol prachtige herinneringen aan mooie vrouwen in verre oorden die hunkerden naar de volgende keer dat zijn schip aan zou meren en hij met zijn kopergebruinde lijf van boord zou stappen.

Dat alles was in één klap verdwenen toen hij haar kuiten had gezien.
En nu keek ze hem recht in de ogen. Ondeugend. Stoutmoedig. Ze stond op zonder zijn blik los te laten uit de ijzeren greep van haar groene ogen. Langzaam schreed ze tergend traag zijn kant op. Twee vingers gleden langzaam over de donkerbruine opstaande rand van de bar.
Vingers met rode nagels als de ogen van de kikker.
Hij voelde nu een druppeltje zweet zich van onder zijn boordje losmaken en met een intens kriebelende tintel een weg banen naar de band van zijn broek.
Hij rilde. Onwillekeurig.
Haar mondhoek krulde nauwelijks zichtbaar omhoog. Ze had hem gezien, ze had gezien dat zijn lijf reageerde op haar wulpse blik.

De eeuwigdurende seconden die het haar kost naar hem toe te lopen, kunnen hem niet lang genoeg duren. Hij geniet van haar bewegingen en onderdrukt de wurgende neiging die hij ook voelt om op te staan, door het raam te springen naar de bevrijdende veiligheid van zijn Zundapp en weg te scheuren van de Kaap zover als de tank hem toestaat te rijden door de avondschemer.
Vlak voor hem stokken haar bewegingen. Ze zet haar gewicht op haar linkerbeen en steekt haar rechterheup de hoogte in. Haar kin gaat iets omlaag, zodat ze hem schuin aan moet kijken. Ze glimlacht gespeeld verlegen en steekt de tip van haar wijsvinger koket tussen haar voortanden.
Haar hoofd kantelt, waardoor een blonde lok over haar borsten valt en een oor ontbloot. De volmaakte glooiingen van een prehistorisch bergmassief. Elegante lage bergruggen die zich voorzichtig verheffen boven de zachte rondingen van brede dalen. Hij hoort beekjes zacht kabbelen over een bodem van tot knikkers gepolijste kiezelstenen. Zacht klinkt het vrolijke gekwetter van een alpenheggenmus terwijl een melkmeisje in klederdracht neuriënd over de beek springt op weg naar de zonovergoten zijde van het dal waar bruine koeien in kleine groepjes liggen te herkauwen.

Voor hij beseft wat er gebeurt, wordt hij door de stof van zijn spijkerbroek heen de drie roodgelakte vingertoppen gewaar die tergend langzaam omhoog glijden. Ze trekken een brandend spoor van zijn trillende knie naar zijn lid dat verstijfd vastgekneld zit onder de nu veel te strakke spijkerstof.

Zijn blik verraadt lichte paniek.
Zijn lichaam verstart. Zweetdruppels trekken brandende strepen over zijn rug en door het haar tussen zijn aangespannen borstspieren.

Er springen helwitte lichtpuntjes in zijn gezichtsveld als zij de top van zijn pik bereikt en hij met vertrokken gezicht en tranen in zijn ogen klaarkomt als nooit tevoren.

Als de vlekken voor zijn ogen weggetrokken zijn en zijn ademhaling weer tot rust gekomen is, kijkt hij beschaamd om zich heen. De zes met versleten bruin leer beklede barkrukken die hem scheidden van haar staan onaangeroerd op hun plek. Het dunne laagje stof, dat de hele middag al spookachtig wit oplichtte in het diffuse zonlicht dat binnenviel door het witkanten gordijn, ligt nog altijd maagdelijk op de rand van de bar. Aagje poetst stoïcijns de vaasjes tot ze onzichtbaar helder zijn.
En het meisje van zijn onstuimige dromen zit nog altijd voorovergebogen te lezen in Lolita van Vladimir Nabokov. De hoeken zijn kromgetrokken, de bladzijden kronkelend als is het boek een keer per abuis in een ondiepe plas terechtgekomen.
Hij recht zijn rug en rekent af. Twee rum-cola, zeven cola met ijs. Hij vergeet het tasje met de fles fruitwijn op te pakken.

De natte plek in zijn tot rust gekomen spijkerbroek schuurt over zijn bovenbeen als hij wild de Zundapp aantrapt. Weg van hier. Sputterend en bokkend komt het beigeoranje monster tot leven. Weg van hier. Weggedoken in de kraag van zijn oliejas kijkt hij nog één keer naar de volmaakte glooiingen van de kuiten achter het raam van het café. Hoe lang zullen ze hem blijven achtervolgen? Hij rijdt weg, weg van hier. Zover als de tank hem voeren kan.

Als Bea Bambara, de diva van Zuid, je vraagt een bijdrage te leveren aan haar achtste boek, Red Light Tales, dan zeg ja. Om de erotiserende romantiek van Bea dan te willen evenaren? Nee. Bewerk haar thema’s tot iets dat bij je past. Mijn vader zat in de jaren vijftig in militaire dienst en ging in het weekend op de Kaap uit met zijn maten. Cola met ijs dronken ze, vanuit de heup bijgevuld met meegesmokkelde rum. Of hij in de American Bar van Aagje Scheurwater en Willem Schouten aan de Brede Hilledijk zat? Of hij op een van die stapavonden ooit gevallen is voor een meisje aan de bar? Of hij überhaupt een beigeoranje Zundapp had? Zíjn verhaal ging niet verder dan de cola met die stiekeme scheutjes rum. Het boek werd op 23 maart 2018 onder grote belangstelling gelanceerd in Lisa Kitchen Bar op Zuid.