Paul Röttgers

De angst voor het onbekende overwinnen

Paul Röttgers richtte in 1988 het Rotterdams Centrum voor Theater op. In 2017 incorporeerde hij op verzoek van zorginstelling Pameijer theatergezelschap Stichting Maatwerk, waar acteurs met een geestelijke of lichamelijke beperking actief zijn. Het fusiegezelschap heeft de symbolische naam Babel: “Naar de toren. We moeten samenwerken om succes te hebben, maar we verstaan elkaar niet altijd even makkelijk.”

“Ik was acteur bij het RO Theater. Daarnaast gaf ik les en ik regisseerde voorstellingen buiten het RO Theater om. In 1987 klopte de gemeente aan met de vraag of ik wilde meedenken over een plan voor een amateurtheatergezelschap in de stad, want dat hadden ze in Amsterdam ook. Dat wilde ik graag, want mijn ambitie was toen al ooit directeur te worden van een theaterschool. Ik heb op papier gezet hoe in mijn ogen de ideale theaterschool eruit zou moeten zien: gericht op semiprofessionals die het acteren niet als beroep zien maar die wel professioneel met hun hobby bezig zijn.
Na een paar maanden belde de wethouder Cultuur om me te feliciteren: ‘Je bent directeur van het Rotterdams Centrum voor Theater (RCTH) dat je zelf uitgedacht hebt.’”

Eigen producties
“Voor mij werd het RCTH een experimenteerplek. Ik deed toen waarvan ik vermoedde dat andere gezelschappen ze niet deden. Het belangrijkste daarbij: contact maken met de zaal. Als acteur had ik nooit contact met de zaal en ik wist nooit waarom de ene voorstelling volle zalen trok en de andere niet. Ik wilde ontdekken hoe dat komt, dus ben ik laagdrempelige voorstellingen gaan maken voor maximaal honderd mensen. Ik maak het publiek onderdeel van de voorstelling. Na afloop koken we en de acteurs doubleren als obers en schuiven aan bij het eten. Zo krijg je contact, zo hoor je wat mensen van je werk vinden.”

Prikkel
“De acteurs merken echt het verschil tussen spelen voor een donkere zaal vol anonieme mensen en spelen zoals wij dat doen. Je komt nader tot elkaar, iets wat we maatschappelijk ook zouden mogen doen. In onze samenleving worden de mensen steeds individueler, ze trekken zich terug achter de voordeur en zorgen vooral dat ze de dingen goed op orde hebben voor zichzelf. Dat leidt ertoe dat de afstand tussen sociale en etnische bevolkingsgroepen steeds groter wordt. We verbannen zaken als begeleid wonen, bejaardencentra en zorghuizen naar de rand van de stad. Tien jaar geleden zag je dak- en thuislozen nog in het centrum; dat dwong je over die problematiek na te denken. Die prikkel is nu weg en dat is zonde.
Met mijn theater en het sociale aspect van onze voorstellingen probeer ik die prikkel terug te brengen. Ik confronteer mensen, die elkaar niet kennen, met elkaar. De kunstenaar ontmoet de bezoeker en ze praten met elkaar. Daarmee herstellen we het contact dat steeds meer naar de achtergrond geduwd is. We verbinden en geven iets waardoor je wereldbeeld verandert.”

Met Babel kan ik elke dag werken aan de vraag: hoe zorgen we dat mensen die anders zijn, gezien worden in de samenleving?

Babel
“Mijn aanpak is in ruim dertig jaar niks veranderd. Maar vijf jaar geleden kwam Pameijer naar me toe met de vraag of ik Theater Maatwerk wilde overnemen. Dat was een gezelschap dat volledig bestond uit mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, wat we inclusief theater noemen.
Ik zei direct ja, want het past ongelofelijk mooi in mijn concept. Dit gaf me de kans structureel inclusief theater te maken. Juist door geschoolde acteurs naast acteurs met een beperking te zetten, krijg je een unieke verbondenheid die leidt tot verrassend theater. Omdat we met de samensmelting van RCTH en Maatwerk een uniek nieuw concept kregen, wilde ik dat uitdrukken in onze naam. Dat is Babel geworden.
De metafoor met de toren is duidelijk: je werkt met mensen uit allerlei culturen aan iets gezamenlijks maar je verstaat elkaar vaak niet. En je hebt elkaar wel nodig om tot successen te komen. Met Babel kan ik elke dag werken aan de vraag: hoe zorgen we dat mensen die anders zijn gezien worden in de samenleving? Hoe we dat doen, moeten we allemaal zelf uitvinden, want er is geen theater zoals het onze.”

Kloof
“Er is een steeds grotere kloof tussen de haves en de havenots. Iedereen streeft het ideaalbeeld na van slank, succesvol, slim en welgesteld. Mensen die anders zijn en niet voldoen aan deze iconische beelden, vallen buiten de boot en verdwijnen naar de achtergrond. Maar deze mensen moeten wij erkennen, moeten op het podium kunnen staan en in de zalen zitten: door mensen te ontmoeten die afwijken van het ideaalbeeld worden we pas echt rijker in onze eigen ervaringen en beleving van de wereld om ons heen. De mens met een beperking confronteert mij met wat ik kan, maar nog veel meer met wat ik niet kan.”

Schoolvoorstellingen
“Met Babel speel ik ook schoolvoorstellingen. Ik stap daarbij uit de traditie van drie acteurs voor een schoolbord die iets uitbeelden. Ik haal de scholen naar ons toe. Want ik vind dat je uit je vertrouwde omgeving moet komen om theater goed te kunnen beleven. Theater is immers geen realiteit maar een verbeelding.
Voor de stukken die we spelen krijgen we financiële steun van instellingen zoals Volkskracht. Je ziet met deze stukken precies wat ik met mijn inclusieve theater wil bereiken: je verandert de samenleving niet bij de mensen die al gevormd zijn, maar bij de jongeren. Volkskracht heeft specifiek geld gegeven om onze producties bij jongeren neer te zetten. Zo stelt zij ons nu in staat de inclusieve maatschappij te laten zien daar waar we de grootste impact kunnen bereiken.”

Voorbij je angst
“Sommige klassen krijgen voor het derde opeenvolgende jaar een voorstelling van ons te zien. Ik zie de verandering bij de leerlingen. Zo mooi. De eerste keer dat ze mensen met een beperking zien, is choquerend. Er zijn leerlingen die naar ons spugen, die niet naast iemand met een beperking willen zitten. Maar na de eerste voorstelling of workshop is dat aspect al verdwenen. Ze merken direct dat mensen met een beperking in de eerste plaats ook gewoon mensen zijn. Mensen die kunnen zingen, dansen, acteren, communiceren. Misschien niet altijd op de manier die je gewend bent, maar je kunt communiceren.
De kracht van het project dat Volkskracht steunt, is de emancipatie van de speler met een beperking. De acteurs zijn in staat mensen over hun angst voor het onbekende heen te tillen. Het eerste contact met onze acteurs met een beperking is vaak ontregelend. Van de 22 in mijn gezelschap, zijn er tien die jou moeten aanraken. En vier van hen moeten je omhelzen, want dat is nou eenmaal hun manier van communiceren. Door mensen te confronteren met hun angst voor de ander, voor het onbekende, leren ze dat die angst ongegrond is en worden ze aardiger. Openen ze zich voor mensen die anders zijn dan zijzelf. We laten de wereld zien dat inclusief werken een normaal en vast onderdeel van onze samenleving moet en kan zijn. Dat is het allergrootste succes van ons theatergezelschap.”