Maartje Stols-Witlox

Een goede ondergrond

A perfect ground heet het standaardwerk over de soorten ondergrondverf voor schilderijen van 1550 tot 1900. Soms zet Maartje Stols-Witlox een vraagteken achter die titel, want een perfecte ondergrond is er niet. Zij kon het lijvige boekwerk publiceren dankzij steun van de J.E. Jurriaanse Stichting: “Als je meer wilt weten over recepten voor gronderingen, dan moet je dit boek hebben.” (foto Marieke Odekerken)

Ze zit in het helwitte restauratieatelier van de opleiding Conservering & Restauratie van de Universiteit van Amsterdam vlakbij het Rijksmuseum. Kasten vol middeltjes en precisie-instrumenten om zeventiende-eeuwse meesterwerken minutieus te herstellen, staan naast stellingen en ladeblokken met verweerde, versleten schilderijen. Maartje Stols-Witlox pakt twee kleine altaarstukjes van Giovanni di Paolo uit een lade. Ze wijst voorzichtig naar de vergeelde laag vernis. “Op dit soort altaarstukken werd oorspronkelijk geen vernis aangebracht. Dat is later gebeurd. Lelijk ook, dus dat moeten wij eraf halen.” Zoals de werkjes van Di Paolo staan er in het atelier tientallen schilderijen te wachten tot zij onder de liefdevolle handen van de studenten van Stols-Witlox aan een nieuw leven mogen beginnen.
Kunsthistorica Stols-Witlox is onderzoeker en universitair docent conservering & restauratie binnen de specialisatie schilderijenrestauratie aan de Universiteit van Amsterdam. Op de plek waar normaal haar studenten zitten om de fijne kneepjes van het vak te leren, verklaart Stols-Witlox haar liefde voor oude schilderijen: “Als ik een schilderij zie, doet dat iets met mij. Ik voel iets. Voorbij de materialen die iemand bij elkaar gebracht heeft, zie ik de illusie van een verdwenen ruimte, een beeld van hoe iets er vroeger uitzag.”

Oude recepten
Het bewaren en reconstrueren van die beelden is haar vak. Toch ontbrak er iets in het uitoefenen van dat vak: “Hoe is een schilderij tot stand gekomen? Wat is de precieze samenstelling van materialen die zijn gebruikt? Materialen reageren op elkaar en op dingen als de luchtvochtigheid. Elk materiaal reageert anders en dat heeft invloed op hoe het schilderij verandert in de tijd. De Nachtwacht ziet er nu anders uit dan toen Rembrandt hem net opgeleverd had. Maar je kunt Rembrandt niet meer vragen wat hij gebruikt heeft, dus je moet oude recepten reconstrueren. Niet alleen van de verf die je ziet, maar ook van de ondergrond. Zeker over dat laatste was nauwelijks informatie. In mijn proefschrift – dat ik met steun van de J.E. Jurriaanse Stichting in boekvorm kon uitbrengen onder de titel A Perfect Ground – heb ik dat gedaan: onderzoek naar grondlagen waarop schilders tussen 1550 en 1900 hun meesterwerken vervaardigden.”

Keuze voor de toekomst
Zo bekeken is scheikunde een heel belangrijk onderdeel van het restauratievak. “De scheikundige samenstelling van elke verflaag bepaalt wat ik bij het restaureren ga gebruiken om goed te kunnen herstellen. Met scheikundige kennis kan ik dus achterhalen hoe een schilderij is opgebouwd en hoe ik het moet behandelen om het voor de toekomst te behouden. Maar als je alleen scheikundig kijkt”, waarschuwt Stols-Witlox, “mis je de impact die het werk heeft op mensen en je mist de ethische component in ons vak. Elke keer als ik een schilderij behandel, haal ik een stukje van haar geschiedenis weg én kies voor de toekomst ervan. De keuze wat ik aanpas, raakt ons allemaal want de werken die ik behandel zijn onderdeel van de collectie van ons land. Ik mag die keuze dus niet te licht maken.”
Juist daarom was het voor haar zo belangrijk om gedegen onderzoek te doen naar de samenstelling van de ondergronden van schilderijen. “Verouderingsprocessen in schilderijen kun je alleen begrijpen als je kunt lezen wat de schilder gedaan heeft. Een schilderij is opgebouwd uit meerdere lagen, te beginnen bij een grondering, dan een basislaag en dan meerdere lagen die met elkaar de beeltenis maken die je als kijker voor je ziet. Bij het weer bijschilderen van missende onderdelen, wat wij in ons vak retoucheren noemen, reconstrueer je als het ware de schildering en wil je van de eerste laag af weer opbouwen. Dan past de restauratie het beste bij het doek zoals het was.”

‘Veel schilders maakten van oorsprong zelf hun eigen ondergronden, maar het gebeurde zelden dat zij bijhielden wat ze precies gedaan hadden’

Standaardwerk
Haar onderzoek, en de daaruit voortvloeiende publicatie, komt voort uit het idee dat het handig is om alle historische instructies voor gronderingslagen bijeen te brengen. Een standaardwerk dat voor iedereen in het vak te raadplegen is. “Er is veel onderzoek gedaan naar pigmenten en naar de manier waarop de schilder zijn werk opbouwde. Dat gebeurde allemaal ‘op de onderlaag’. Zonder goede kennis van die onderlaag mis je een deel van de kennis over de lagen die erop aangebracht zijn. Die lacune wilde ik opvullen. Met mijn boek kan nu iedereen die iets wil weten over de historische samenstelling van gronderingen makkelijk vinden wat erover bekend is.”
De basis van haar onderzoek werd gelegd in een onderzoek onder leiding van de Canadese Leslie Carlyle waarbij onder meer naar werken van Vincent van Gogh gekeken werd. Daarbij werd ook naar zijn grondlagen gekeken; die kregen na verloop van tijd last van kleurveranderingen. “Ik deed mee aan het onderzoek en wilde het uitbreiden naar andere meesters, naar een algemeen inzicht in gronderingen en de effecten daarvan op schilderijen. Ik heb dus heel veel recepten verzameld en in een database ingevoerd. Daarin zat zoveel informatie die voor iedereen in mijn vakgebied interessant is, dat we er een promotieonderzoek van gemaakt hebben.
Veel schilders maakten van oorsprong zelf hun eigen ondergronden, maar het gebeurde zelden dat zij bijhielden wat ze precies gedaan hadden. Veel kennis over grondlagen moest ik dus zelf afleiden uit indirect bewijs, recepten uit dezelfde periode. Als een soort politierechercheur moest ik deduceren, spoortjes zoeken en daaruit afleiden hoe de grondverf opgebouwd was.”
Het vele speurwerk leidde uiteindelijk tot het standaardwerk A Perfect Ground. “Soms zet ik er zelfs een vraagteken achter”, lacht Stols-Witlox. “De ideale ondergrond bestaat immers niet. Elke kunstenaar had zijn eigen recepten en je had in de zeventiende eeuw ook al professionele grondeerders die op bestelling schilderijen grondeerden. Verder zie je dat kunstenaars op reis gebruik maakten van lokale producten om hun eigen grondering samen te stellen. In die zin is de onderlaag op elk schilderij uniek, zelfs als het een werk van een en dezelfde schilder is.”

“Er is geen boek zoals dit”, stelt Stols-Witlox trots: “Het klinkt wel wat arrogant, maar dit is het enige boek waarin je zoveel informatie vindt over zo’n lange periode en wat zo’n compleet overzicht biedt van wat er ooit geschreven is over gronderingen. Als je meer wilt weten over recepten voor gronderingen, dan moet je dit boek hebben.”
Een vervolg is er inmiddels ook: nieuw onderzoek naar de introductie van gekleurde gronderingen in de Nederlanden. Stols-Witlox: “Ik durf wel te stellen dat de grondlaag van schilderijen inmiddels op de kaart staat.”

(Dit artikel verscheen in het jaarverslag van de Stichting Bevordering van Volkskracht 2017/2018)