Jan en Wim Molendijk

‘Je krijgt geen grip op ons, we laten elkaar nooit vallen’

Wim is de jongste van het gezin Molendijk, zijn oudere broers Jan en Arie werken ook aan de Oude Maasweg. En hun vader werkte er ook. Wim: “In mijn sollicitatiegesprek zeiden ze: ‘Molendijk, toch? Kun je ook een beetje voetballen?’ ‘Ja hoor’, zei ik. ‘Nou’, antwoordden ze, ‘dan ben je aangenomen.’ Zo ging dat.”
Jan schrok niet van het idee dat Aluchemie een beetje hun familiebedrijf zou worden, dus kwam hij als vierde uit het gezin naar de anodefabriek: “Ik zat in de isolatie, maar ik wilde iets anders. Hier hebben ze vast een baantje voor je, zei mijn pa. Na twee weken had ik nog geen antwoord, dus hij ging op kantoor vragen hoe het zat. ’s Middags was het geregeld. Ik kreeg ook geen rondleiding of zo. ‘Jij bent er een van Molendijk? Dan zal je wel genoeg gehoord hebben.’ En hop, daar ging ik.”

Rat in een bakkie
Jan begon in een ploeg van zeventien man: “De sfeer was goed maar we moesten echt hard werken. Alles ging nog met de hand, we moesten echt buffelen. Het is allemaal heel veel schoner geworden en de ploegen zijn veel kleiner, maar de sfeer is net als vroeger.”
Wim is juist in zijn element in de haven. Dat is een apart gebied binnen Aluchemie: het begin- en het eindpunt van het proces. Wim: “Ik kwam er vanuit de terreindienst en ben nooit meer weggegaan. Het was, net als Jan zegt, wel anders vroeger. Wij hebben dingen gedaan waarvoor je nu op staande voet ontslagen zou worden. Als jongste in de haven moest je het ruim van de schepen in. Dan werd je met een bakkie erin en eruit getakeld. Ik stapte terug dat bakkie in, zat er een enorme rat in! Ze draaiden me zo het water in. Die rat werd helemaal gek natuurlijk en ik moest de ketting in om voor dat beest te vluchten.”
Ook in de haven werd altijd keihard gewerkt. Wim: “Ik sjouwde met behoorlijk wat aluminium in mijn handen. Ik klom in de spanten van schepen om er resten uit te halen. Wij zaten op open wagens, ook in de winter. Stervenskoud was het. Als je commentaar leverde, zeiden ze: ‘Dan ga je toch wat anders doen?’ Dus je accepteerde het.” Het was een uitdagende tijd.

Geen grip
Iedereen weet dat je niet tussen de broertjes Molendijk moet komen. “Je krijgt geen grip op ons”, stelt Wim onomwonden. “We laten elkaar nooit vallen.” Gelukkig staan ze positief te boek. Jan: “Wij dollen met iedereen, maar wij zijn geen pennenlikkers. Wij werken altijd hard mee, nu ik een kunstknie heb ook nog. Dan krijg je wel credits uit het team.
Weet je wat ik me vanmorgen trouwens bedacht? Op mijn allereerste werkdag werd ik begeleid door Aad Buitendijk en straks op mijn allerlaatste werkdag sta ik weer met Aad! Dat vind ik wel gaaf en dat tekent dit bedrijf ook. Mensen werken hier zo lang. En de mentaliteit is misschien veranderd, maar de sfeer is nog steeds geweldig. Daar ben je zelf bij, natuurlijk. Als je altijd loopt te kankeren, dan weet je dat ze de deur uitlopen. Maar we komen altijd fluitend binnen.”
Wim glimlacht: “Daar komt bij dat wij oog hebben voor collega’s. Als jij altijd met de borst vooruitloopt en je komt een keer met hangend koppie, dan zal ik op je afstappen en vragen wat er is. Dat hebben we van pa, die was ook zo.” Jan: “Zijn stelregel was: ‘Je werk is niet belangrijk. De sociale contacten in de ploeg, daar draait het om.’ En daar had hij gelijk in want zijn de contacten goed, gaat het werk ook goed.”

Dat de fabriek sluit, doet zeer. Wim: “Aluchemie zit in je hart. En ik zal je zeggen dat ik een traan heb gelaten toen we het nieuws kregen. In eerste instantie stond mijn hoofd ook niet naar ander werk, maar je moet omschakelen.” Ook Jan schrok: “Maar ik heb het geluk dat ik nog mag blijven voor de sloop.”
Noodgedwongen kijken ze terug op een leven lang Aluchemie. Jan: “Onderling hebben de mensen in het bedrijf altijd veel waardering voor elkaar gehad.” Ook Wim roemt de houding van de mensen hier: “Als er iets is, trek je de deur dicht, praat je het uit met elkaar en dan is het vergeten. We kunnen star zijn, maar als het uitgesproken is, dan is het ook klaar.”

Dit interview verscheen in het herinneringsboek Wij zijn Aluchemie (december 2021) – foto Marieke Odekerken.