Henk van der Hilst

Hilstory

Communicatie is de rode draad in zijn leven. Verzetsblaadjes rondfietsen in de oorlog, omroeper in Nederlands-Indië, communicatieadviseur. Tot hij met zijn vrouw bedenkt dat het best een idee kan zijn cursussen te geven aan communicatiemensen. Het opleidingsinstituut dat zijn naam draagt, start aan de eettafel. Na iedere nieuwe inschrijving is er gebak voor hun dochters. Nu hij negentig geworden is, blikt Henk Van der Hilst samen met zijn vrouw Joke terug op een bewogen communicatieleven. (foto: Eran Oppenheimer)

Een rijtjeshuis uit 1963; Henk en Joke van der Hilst wonen er sinds de oplevering, Op de eettafel in de woonkamer staan twee schalen met heel veel koekjes en kersenbonbons. “Mijn kleinzonen snoepen ook graag”, lacht Joke van der Hilst terwijl ze de schaaltjes uitnodigend naar voren schuift. “Houdt u vooral niet in.” Daarna schuifelt ze, 87 jaar, licht gebogen, kwiek in de richting van de keuken voor thee en jus-d’orange. Intussen zet Henk van der Hilst zich aan het hoofd van de tafel, een antieke stafkaart van Batavia in de rug. Aan deze tafel kwam de eerste cursus tot stand.

WOII

Maar cursussen waren niet bepaald het begin van de communicatiecarrière van Henk van der Hilst. Daarvoor voert hij ons terug naar Amsterdam. Hij is zeventien als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt: “Mijn broer en ik bezorgden bladen voor de ondergrondse: Parool, Trouw, Je Maintiendrai. Twee keer hebben we een inval gehad; allebei de keren waren mijn broer en ik niet thuis. Met de smoes dat zij en haar man gescheiden sliepen en dat daardoor verschillende bedden beslapen waren, redde mijn moeder ons leven.”

Joke van der Hilst komt weer binnen, schenkt de thee in en komt erbij zitten. Plechtig vouwt zij haar handen over elkaar en deelt mee dat ze niets te vertellen heeft. Waarna ze haar man steeds in de rede zal vallen als hij iets vergeet of naar haar mening verdraait.

Nederlands-Indië

Na de oorlog tekent Van der Hilst als oorlogsvrijwilliger (OVW’er). “Zie je het voor je?”, grapt zijn vrouw. “Het paste hem totaal niet. Eén keer heeft hij op de vijand geschoten; op de benen en dat was mis.” Zelf zegt Van der Hilst dat hij wilde helpen de Japanners te verslaan. Maar, zegt hij zuur: “Tijdens de militaire opleiding in Engeland capituleerde Japan. Ik kon niet meer terug. Ik had getekend.” Veertien maanden zit hij in Engeland. Hij volgt er verscheidene opleidingen, verwerft allengs drie mouwstrepen en slaagt voor de officiersselectie.

Eenmaal terug in Nederland volgt nog een cursus bij de Legervoorlichtingsdienst. Dat traject bepaalt zijn verdere loopbaan. Hij vertrekt als Voorlichtingsofficier naar Nederlands-Indië waar hij onder meer voor Radio Soerabaja en later voor Radio Batavia gaat werken. Van der Hilst recht zijn rug. Plechtig: “Twaalf gongslagen. Middernacht Java-tijd. Dit is Radio Batavia met een uitzending voor Nederland. Tot u spreekt luitenant Van der Hilst.”

Verstuikte enkel

Het is de tijd van de politionele acties. Zelf raakt hij, op dat ene mislukte schot na, nooit betrokken bij de gevechtshandelingen. “Maar goed ook”, stelt Joke van der Hilst fel. “Anders was ik niet met hem getrouwd. Het was een moeilijke tijd. Ik had graag kinderarts willen worden.” Tijdens haar opleiding wijzigen zich de internationale verhoudingen ten gunste van Indonesië. De nieuwe Indonesische machthebbers vertellen Joke dat ze haar studie alleen mag afronden als ze minstens vijf jaar voor Indonesië gaat werken. Als Molukker verdomt ze dat. Een Nederlandse röntgenoloog biedt uitkomst: ze komt als laborant bij hem in dienst, zodat ze haar opleiding later buiten Indonesië kan afronden. “En toen kwam deze meneer binnen voor een foto van zijn verstuikte enkel.” Een hoofdknik over de tafel: “En toen was alles afgelopen.” Ze schieten samen in de lach; 62 jaar huwelijk kan tegen plaagstootjes als deze.

Hink-stap-sprong

Van der Hilst heeft van alles en nog wat gedaan voor hij zijn eigen opleidingsinstituut opzette. Voor en tijdens de oorlog ging hij naar de Eerste vijfjarige HBS-B. (Hogere Burger School, wiskunde kant). Zijn ouders hadden het niet breed; hij moest erbij gaan werken om bij te dragen aan het gezinsinkomen. Henk werd kappersbediende. Toen hij zijn HBS-diploma op zak had, vond hij spoedig een aanstelling als assistent-accountant en liet hij maar al te graag het kappersvak voor wat het was: “Wat ik allemaal niet deed in die tijd. Bij de boeren schooieren om eten, allerlei activiteiten waar de moffen niet gelukkig mee waren.”

Terug uit Indië komt hij bij de ANWB, de Autokampioen, waarvan de freelance hoofdredacteur al te vaak in het buitenland zat. De onuitgesproken verwachting van de directie was dat Van der Hilst als bureauredacteur zijn chef wel in het gareel zou krijgen. Niet dus. Bij zijn volgende werkgever de RVD, toen nog Regeringsvoorlichtingsdienst, slaagt hij beter. Hij schopt het tot woordvoerder van minister-president Drees.

Bij het NIVE vervolgens, toen de grootste managementvereniging van het bedrijfsleven, vervaardigt hij onder meer informatiebulletins. Ze groeien uit tot tijdschriften op deelgebieden van het organisatievak; deelgebieden waarop hij ook cursussen ontwikkelt. De kennis die hij zo vergaart, valt op. Eén van de grootste organisatieadviesbureaus uit die tijd, Bakkenist Spits & Co, nodigt hem uit “om eens te komen praten.” Hij wordt er gewaardeerd adviseur.

Van der Hilst is al ruim in de veertig als hij zijn eigen bedrijf start: Buro van der Hilst Organisatie en Communicatie. De adviestak krijgt belangrijke klanten zoals de Nederlandse Bond van Makelaars en de Rabobank. Maar zijn hart gaat uit naar de cursuskant van zijn bedrijf.

Opleiden

Thuis aan de eettafel valt het besluit een gedegen Nederlands opleidingsinstituut voor communicatie op te richten: “Een gok. Ik beloofde onze dochters dat ik gebak zou trakteren bij elke inschrijving. Ik heb mijn woord gehouden, maar na een week konden we geen taart meer zien.”

In twee jaar tijd wordt opleidingsinstituut Van der Hilst een begrip. De sleutel van dat succes? “Ik zat nooit twee keer op dezelfde plek met mijn cursisten. Voor een les over overheidscommunicatie, belde ik de directeur Rijksvoorlichtingsdienst of hij zijn licht op het onderwerp wilde laten schijnen. Dat wilde hij wel, maar dan op zijn kantoor. Prima plan, dacht ik. En zo deed ik het bij elke les. Internationale PR wist ik onder te brengen bij Philips, de organisatie van bedrijfsbezoeken bij de Hoogovens. Een PR-functionaris bij de omroep zei ‘zoiets doen wij ook: filmen op locatie.’ Toen viel mij de naam in: Opleiding op Locatie.”

Andere succesfactor, vindt Van der Hilst, het contract dat hij potentiële cursisten liet tekenen. “Elke twee weken een werkstuk maken en de plicht deel te nemen aan onze proefexamens. En niet te vergeten, Joke deed de administratie. Ze was er een kei in: alles wat cursisten vertelden, onthield zij. Zonder haar was het nooit wat geworden met die opleidingen.”

Een gelukje was er ook. Nederland had door de rijksoverheid ingestelde examens. “Dat had verder alleen Zwitserland. Het mooie was: daardoor kon je objectief vaststellen hoe jouw instituut het deed. Ik leverde de meeste examenkandidaten af en zij behaalden de hoogste cijfers. Geweldige reclame.” Ze spreken tegen dat er animositeit was tussen opleidingsbureaus. “We hadden het wel hoog in de bol. We wilden de beste zijn en weigerden mensen als we dachten dat ze een cursus niet aankonden.” Hij buldert van het lachen: “Hoezo arrogant?”

Klaar

Bureau Van der Hilst groeit zo hard dat het echtpaar de zaak niet saampjes kan blijven bestieren. “Dat wilde ik wel, maar Joke zag het niet zitten”, vertelt hij. “Ik benaderde enkele goede cursisten, van wie ik dacht dat ze ook de stof konden overbrengen. Mensen als Hans Dorreboom en Tjalling Damming. Zij werden studiementor. Dat ging zo goed, dat ik me langzaam kon terugtrekken.”

In 1988 wordt Van der Hilst 65. Een week na zijn verjaardag verkoopt hij de zaak. Hij is klaar en keert het vak de rug toe. Echter niet voordat hij benoemd wordt tot erelid van het NGPR, het Nederlands Genootschap voor Public Relations, een voorganger van Logeion. Bij Logeion staat hij te boek als 59 jaar (ere)lid. Van der Hilst is er nauwelijks van onder de indruk. Liever reist hij met zijn vrouw rond de wereld. En hoewel zij een paar weken voor dit interview een hartaanval kreeg en hij slecht ter been is, staat de volgende bestemming al op het verlanglijstje: Oman.

Moeizaam komt Henk van der Hilst omhoog uit de stoel aan de eettafel. Zijn blik glijdt over de kaart van Batavia. Hij grinnikt: “Weet je dat ik wellicht de eerste diskjockey was? Bij Radio Soerabaja begon ik de rubriek Tussen Dollard en Schelde met nieuwtjes uit Nederland. Na elk bericht draaide ik een plaatje. Van het Koortje van Verloofden en zo.”

“Ach”, zucht hij als hij voetje voor voetje naar de bank loopt. “Ik kan nog uren doorpraten.” Hij gaat naast zijn vrouw zitten, onder een krachtig rood schilderij van haar hand. Ze blijven speldenprikjes uitdelen, maar als ze elkaar aankijken verdwijnt alles om hen heen. Even vervliegt alle communicatie. Hier zit een echtpaar dat genoeg heeft aan elkaar.

(publicatie: vakblad C – 2013 en 2017 (herplaatsing als in memoriam))