Het kwetsbare toeval

Hoogleraar vertebratenpaleontologie Jelle Reumer heeft een nare mededeling. De mensheid is het stevig aan het verzieken op aarde en is daar zelf de dupe van. Steeds meer diersoorten sterven in steeds rapper tempo uit, we helpen het klimaat naar de donder en we krijgen steeds extremer weer met steeds extremere gevolgen. Het probleem met die mededeling: niemand luistert. Communicatief een interessant dilemma; hoe immers, krijg je een boodschap die niemand wil horen toch onder de aandacht?

“Jullie treffen me op een geweldig moment”, roept Jelle Reumer blij als hij het Utrechtse café Broers betreedt. Hij hinkt nog wel een beetje. Vijf weken geleden ging hij onder het mes, een nieuwe heup, maar: “Vandaag is de eerste dag zonder krukken!” Hij ploft in een gemakkelijke stoel en bestelt een kop koffie. Hij zit er nogal erudiet bij in het roodbruin gestreepte fauteuiltje voor die enorme kast met boeken die Broers heeft. Zijn brede glimlach en oplichtende pretogen contrasteren met het idee van een strenge professor. “We zouden praten over massa-extinctie, hè”, begint hij maar meteen. We zijn er nu toch. “Een onderwerp waar vrijwel niemand over wil praten. Het is taboe. Weet je wat een nog groter taboe is? Daar zouden we het ook over moeten hebben. Dat er veel te veel mensen zijn! Ten tijde van Napoleon, ergens rond 1800, zaten we op het maximum dat de aarde aankan aan mensen: één miljard. Maar we zijn met zeven miljard! We putten de aarde uit. Behoorlijk stom, want er is geen tweede waar we even naartoe kunnen.”

Van invaldocent naar hoogleraar

Op de lagere school had Jelle Reumer een, zoals hij het zelf zegt, eigenaardige belangstelling voor de dierenwereld. “Ik was zo’n jongetje dat op zijn buik langs de rand van de sloot lag om te kijken wat er krioelt, zwemt en kruipt.” Op de middelbare school lag hij nog steeds langs de rand van die sloot, dus toen is hij maar biologie gaan studeren.
Tijdens zijn studie, raakte Reumer gegrepen door paleontologie, de wereld van de fossielen. “Na zeven jaar, dat kon toen nog, was ik ineens per ongeluk afgestudeerd. Maar ík was er nog niet klaar mee. Ik kon gelukkig een beurs krijgen voor een proefschrift over fossiele zoogdieren, dus ik kon het rekken.” Na vier jaar, begin jaren tachtig, is het proefschrift ook af en moet hij toch eindelijk echt eens gaan werken. Het was een tijd waarin voor biologen, zeker paleontologen, nauwelijks werk te vinden was. “Dus ik ging biologieles geven als invaldocent in Naarden. In 1984 kreeg ik een postdoc in Genève, over de taxonomie van de Afrikaanse klauwkikker.” Als alle 25 soorten uit ten treure gedocumenteerd zijn, komt Reumer in 1987 in Rotterdam terecht, waar hij de leiding krijgt over het Natuurhistorisch Museum. En sinds 2005 is hij bijzonder hoogleraar in de paleontologie van gewervelde dieren (vertebraten) aan de Universiteit Utrecht. “Een erebaantje van maximaal twee keer vijf jaar. Daarna moet de universiteit beslissen of het nog leuker is zonder je of dat ze je in dienst nemen. Dat laatste deden ze in 2015. Dus toen heb ik het museum overgedragen aan mijn opvolger, Kees Moeliker.” En zo zit Reumer dus ontspannen in café Broers, nieuwe heup en al, te genieten van zijn kopje koffie.

Nog één waarschuwing

Aanleiding voor het gesprek, is een artikel in de Volkskrant van 11 juli 2017. Hierin komt Paul Ehrlich aan het woord. De kop van het artikel stelt angstaanjagend: Eminent bioloog waarschuwt nog één keer: de mens roeit al het leven uit. Een interessante titel: hiervan moet de schrik je toch om het hart slaan? Maar nog interessanter: klaarblijkelijk roept de 85-jarige Ehrlich het al een tijdje en is hij er een beetje moe van het steeds te herhalen. De Volkskrant haalt een recent artikel van Ehrlich aan als het schrijft: ‘Wat zich voltrekt is niet minder dan een angstaanjagende aanslag op de fundamenten van de menselijke beschaving, aangejaagd door de fictie dat er op een eindige planeet oneindige groei kan plaatsvinden.’ Bizar is dat veteraan Ehrlich dit al sinds 1968 roept. In dat jaar verschijnt zijn boek, The Population Bomb, waarin hij deze problematiek al aan de kaak stelt.
In het artikel van de Volkskrant komen ook Reumer en ecoloog Patrick Jansen aan het woord. Geen van beide begrijpt dat er zo weinig ophef is over deze crisis. Zoals Jansen het verwoordt in de krant: “Dat Adèle stemproblemen heeft, is groter nieuws. Dat zegt iets over de complete ongevoeligheid van de mens voor de enorme problemen die opdoemen.” En Reumer wijst naar de grote boosdoener: “We zijn gewoon met te veel.”

Toeval

En zo zijn we terug bij de taboes die hij zojuist in de kroeg bij de horens vatte. Er zijn te veel mensen en zij schoppen met elkaar de boel overhoop. We roeien leven uit en verstoren daarmee het natuurlijk evenwicht dat zich over miljoenen jaren heeft ontwikkeld. “Paleontologie leert je hoe de biodiversiteit die wij kennen tot stand gekomen is en hoe belangrijk het is daarin het evenwicht te behouden, omdat je anders je eigen leefomgeving voorgoed verpest. Niet alleen voor dieren en planten, maar ook voor jezelf. De miljoenen soorten die we kennen, leven in een symbiose die niet ongestraft te verstoren is. Het is zo ongelofelijk toevallig dat de wereld eruitziet zoals wij haar kennen. Miljarden zonnestelsels met miljarden planeten daar omheen en voor zover wij weten, is er slechts één met leven. Ze hebben nu één andere planeet ontdekt die op zo’n afstand van zijn zon staat, dat er water is en dat er kans is op al die andere omstandigheden die nodig zijn om leven mogelijk te maken. En zelfs dan nog is het niet gezegd dát er ook leven is. We onderschatten hoe enorm toevallig het is dat onze wereld bestaat en hoe ongelofelijk kwetsbaar zij is. En hoe ongelofelijk kwetsbaar wijzelf ook zijn. Als we daar meer bij stil zouden staan, zouden we wellicht wat voorzichtiger zijn.”
Een van de beroemdste foto’s van de vorige eeuw is Earth Rise, die astronaut William Anders tijdens de Apollo 8-missie in 1968 nam. De aarde die opkomt boven de horizon van de maan. “Je ziet in dat enorme zwarte niets een heel klein bolletje met een fragiele atmosfeer die er zomaar vanaf geblazen kan worden. Niemand die dat beseft. We gaan met de aarde om alsof het een paar ouwe schoenen is, die je kunt vervangen door nieuwe. Maar zo werkt het niet.”

‘We gaan met de aarde om alsof het een paar ouwe schoenen is, die je kunt vervangen door nieuwe. Maar zo werkt het niet’

Adaptatie

Toch is de natuur uiterst flexibel. Overlevingsdrang is er altijd, dat is wat de evolutie voortdrijft. En dus past de natuur zich altijd aan. Zo ziet Reumer de stad belangrijker worden voor de biodiversiteit. “Het buitengebied industrialiseert. Hier zien agrariërs de bloemrijke bermen, de laatste strongholds voor de planten en dieren in die delen van ons land, als onkruid dat verdelgd moet worden. Zo wordt de stad steeds interessanter en belangrijker. Het is een divers habitat waarin steeds meer soorten een plekje vinden. Zoals het paartje slechtvalken dat broedt op de toren van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Dat was een jaar of twintig geleden ondenkbaar, maar die diertjes zien dat gebouw nu als een soort rots.”
Het zijn druppels op een gloeiende plaat, vreest de hoogleraar, want met zeven miljard mensen is er gewoonweg te weinig ruimte voor anderen op deze planeet. “En helaas is de groei van de mensheid exponentieel. Wij zijn een invasieve soort. We hadden nooit Afrika moeten verlaten, want daar is de ellende mee begonnen.”

Onze ondergang

“Wij gaan onze ondergang tegemoet. Hoe, weten we niet. De toekomst kun je niet voorspellen. Maar onze groei kan niet eeuwig doorgaan. Misschien dat we negen miljard halen, maar voor vijftien miljard mensen is er gewoon te weinig planeet. We groeien een keer naar een drama toe. Of dat nou oorlog is of een pandemie.
Ik zie het somber in, al is er reden tot hoop. Twee dingen kunnen een stop op die ongebreidelde groei zetten. Ten eerste economische ontwikkeling, dat levert een bestaansniveau op waardoor kindjes niet meer nodig zijn voor de oudedagsvoorziening. Daarnaast: goed onderwijs. Het is wetenschappelijk bewezen dat het kindertal daalt als sprake is van goede economische ontwikkeling en onderwijs. In West-Europa en Japan zit het vervangingsgetal al onder de 2,1; dat is het gemiddeld aantal kinderen dat per stel geboren moet worden om de bevolking op peil te houden. Twee kindjes per stel houdt de bevolking in principe op peil. Die 0,1 extra is om te compenseren voor mensen die onvruchtbaar zijn of als celibataire monnik door het leven willen.
Veel ontwikkelde landen zitten al onder dit getal, waardoor de bevolking per saldo daalt. En kijk naar een land als China. Je kunt ethische vraagtekens zetten bij de, inmiddels afgeschafte, éénkindpolitiek natuurlijk, maar er zijn nu wel zo’n zeshonderd miljoen Chinezen minder dan als ze deze politiek van gezinsplanning niet hadden ingevoerd. Een kindje minder kan geen kwaad. Het is wellicht een betere optie dan een pandemie of wereldoorlog.
Mijn oproep dus: pausen, imams en weet ik veel wat voor geestelijken, stop het verbieden van family-planning en voorbehoedsmiddelen. Dat president Trump ontwikkelingshulp staakt aan landen die aan gezinsplanning doen, is een misdaad. Dat priesters condooms verbieden, is een misdaad. Zo houd je de ongebreidelde bevolkingsgroei in stand die voor zoveel problemen zorgt.”

Terugdraaien

“Jammer voor ons natuurlijk, maar de aarde zelf komt er wel”, gaat de paleontoloog iets optimistischer verder. “De natuur heeft een enorme veerkracht. Natuur is als het weer. Het kan mooi zijn of slecht, maar het is er. Altijd. Zo is er ook altijd natuur. Dat kan mooi zijn, maar ook heel lelijk. En de natuur past zich aan elke plek en alle omstandigheden aan. Dat kan maagdelijks zijn of iets afschuwelijks. In de Nigerdelta en in Azerbeidzjan, waar alles onder de opgeborrelde olie zit, komt weer natuur. Natuur houd je niet tegen. Wij gaan onze ondergang wel tegemoet, maar we kunnen niet de ondergang van de natuur op ons geweten hebben. Zelfs als Noord-Koreaanse atoomkoppen de aarde tot een soort Ground Zero reduceren, draait de aarde haar rondjes om de zon en om haar eigen as. En de natuur verrijst uit de brokstukken die wij achterlaten. Er is altijd iets dat overleeft, doorgaat en waaruit weer iets nieuws voortkomt. Zoals wij de dinosauriërs hebben opgevolgd.”
Vanuit het systeem aarde is dit een uiterst geruststellende gedachte. Toch zit er iets wrangs in. “De dinosauriërs stierven uit door een meteorietinslag. Dat kun je niet tegenhouden. Maar wat wij nu aan het doen zijn, dat zouden we in theorie nog kunnen terugdraaien of minstens reduceren. Ik heb daar weinig hoop op: we zitten als konijnen in de koplampen te staren tot onze eigen ondergang over ons heen rolt.”

‘We zitten als konijnen in de koplampen te staren tot onze eigen ondergang over ons heen rolt’

Discrepantie

“Vergelijk de massa-extinctie met het afbranden van je huis. Als jij het overleeft, kun je stellen dat die brand niet zo’n probleem geweest is. Je koopt een nieuw huis en nieuwe spullen en je leeft verder. Zo is het ook met het uitsterven van de reuzenpanda of de neushoorn. Dat is geen groot probleem voor de mens. En toch wil je het niet. Je wilt er al helemaal niet zelf de oorzaak van zijn dat je huis in de fik staat. Maar dat is wat we aan het doen zijn met ons collectieve huis aarde.”
En dan kun je stellen dat het probleem zo groot is, dat je het als individu wel ziet maar er als collectief niks aan doet. En dat is volgens Reumer een marketing- en communicatieprobleem. “De bio-industrie vind ik een mooi voorbeeld. Vraag zeventien miljoen Nederlanders wat ze daarvan vinden en je krijgt 16,9 miljoen keer te horen dat het waardeloos is. Maar het verdwijnt niet. Want we gaan daarna naar de supermarkt voor een kilo gehakt van 2 euro. Het is de discrepantie tussen individuele mening en het gedrag van de gemeenschap. Of communicatie daar iets aan kan doen? Ik betwijfel het. Je kunt blijven roepen om het tij te keren. Maar dat is wel zo’n beetje het enige.”

Dat is voor communicatiemensen natuurlijk geen bevredigend antwoord, maar de hoogleraar is ervan overtuigd dat er geen ‘trucjes’ zijn om een onderwerp waar niemand zich voor interesseert onder de aandacht te brengen. “Ook al zijn jij en ik het erover eens, dan nog kunnen we niet de overbevolking of de klimaatverandering staande houden. Wat we wel kunnen doen, is heel hard roepen. Soms is dat het enige wat je kunt doen. Als je maar lang genoeg roept dat roken slecht is voor je gezondheid, is er ergens wel een keer iemand die luistert. En nog iemand. En nog iemand. Nu staan de fabrikanten van sigaretten in de beklaagdenbank maar er is veertig jaar heel hard roepen voor nodig geweest om het zover te laten komen.”
En dat is met een heleboel dingen zo: “In 1944 was al bekend dat asbest een nogal dodelijk spul was. Het mocht tot in de jaren negentig nog gebruikt worden in de woningbouw in ons land. Waarom? Het is volkomen onbegrijpelijk. Je denkt als individu misschien nog dat de overheid je vertegenwoordigt, maar dat is ook niet zo. Die bio-industrie? Waarom wordt er geen einde aan gemaakt? Ja, als er een stal met 10.000 varkens afbrandt, roept iedereen schande. Maar het stopt vervolgens niet. Terwijl de politiek het morgen verboden kan hebben. We moeten blijven roepen. Net zo lang tot er iemand is die luistert.”
Daarnaast kun je toch nog iets doen, eindigt Jelle Reumer zijn betoog: “Verander de wereld, begin bij jezelf. Het klinkt naïef, maar je moet iets. Ik houd me vast aan een simpele gedachte: als je dom bent heb je er zelf geen last van, het zijn de anderen die eronder lijden. Stel je dus open voor de anderen in je eigen handelen. Dáár zit nog eens een communicatieboodschap in: begin bij jezelf. Iemand moet het begin maken om een revolutie teweeg te brengen.”