Een mijnenveld

Als directeur Veiligheid is André Vervooren verantwoordelijk voor de portefeuille openbare orde van de burgemeester van Rotterdam. Hij merkt dat ontwikkelingen rond de privacyregels, waaronder een aantal rechterlijke uitspraken, het steeds lastiger maken informatie te delen met andere partijen in de stad. Zo wordt de aanpak van illegale seksinstellingen bijvoorbeeld gedwarsboomd. Vervooren laat het daar echter niet bij zitten. (foto Martijn Beekman)


“In Rotterdam zijn we al lange tijd bezig met de problematiek van loverboys, of breder gesteld illegale prostitutie. Mede omdat ook in het verleden bestuurders van de stad zich dit onderwerp aangetrokken hebben. Inmiddels is het beleidsmatig goed belegd, bijvoorbeeld in ons veiligheidsprogramma, zorg- en preventiebeleid en de aanpak ondermijning. Wat daarbij wel een belangrijk is om in de gaten te houden: dit is een probleem op het gebied van veiligheid én van zorg. Het is dus de kunst in goede onderlinge samenwerking te blijven werken aan een effectieve aanpak. In dat kader vind ik het goed te zien dat er in het kabinet Rutte-III extra aandacht is voor de aanpak van mensenhandel en de loverboyproblemen.

Ik merk verder dat iedereen die met dit onderwerp bezig is, persoonlijke verontwaardiging heeft. Zo van: het kan toch niet dat we dit laten bestaan?! Toch merken we dat het opzetten van een goede en effectieve aanpak van het probleem een pad vol heuvels en barrières is. Een van die heuvels is het delen van informatie.

Het aantal mensen dat zich meldt aan de balie van gemeente, politie of Openbaar Ministerie om daar te vertellen dat ze slachtoffer zijn van illegale prostitutie of mensenhandel, is erg beperkt. Dit zijn bij uitstek haaldelicten: je moet illegale prostitutie en mensenhandel zelf opsporen. Daarbij ben je afhankelijk van de signalen die je kunt opvangen. Signalen die vaak heel subtiel zijn. En als je dan al een signaal opvangt, is het nog maar de vraag wat je daarmee kunt doen.

‘Het vergiftigt wijken als we nietsdoen en het bevordert de illegale economieën in de stad; die verrotting moeten we met elkaar aanpakken’

Aan de ene kant is dat logisch. Wij leven in een rechtsstaat en niet in een bananenrepubliek, dus het recht op privacy is erg goed geregeld. Dat heeft wel gevolgen: je mag niet zomaar in allerlei systemen vastleggen dat iemand werkt als prostituée. Om dit tastbaar te maken, kan ik een voorbeeld geven. In een straat doet de politie een inval in een huurwoning, waarover vaker klachten kwamen uit de buurt. Dat blijkt een illegale seksinstelling te zijn, waar dames tegen hun wil werken. Denk je in hoe dat gaat: die dames moeten onder erbarmelijke omstandigheden werken, staan onder streng toezicht zodat ze niet ontsnappen en al hun bezittingen zitten in een klein koffertje dat in de hoek van hun kamer staat. Als wij een inval doen, is de buurt blij dat er iets wordt gedaan. Maar wij mogen een woningcorporatie in principe niet informeren, zodat ook zij kunnen optreden. In het ergste geval zet de huurder al de volgende avond andere dames in de woning. Dan begint het circus opnieuw. De enige uitzondering hierop: de woningcorporatie aanschrijven op grond van een handhavingstraject.
En dat is de andere kant van deze medaille. Je kunt nog zo persoonlijk betrokken en maatschappelijk verontwaardigd zijn, de regels die gelden in onze rechtsstaat maken het ons soms heel lastig om ons werk effectief te doen. Ook als je dit soort ernstige uitwassen wilt aanpakken.

Stevige besluiten
Ik noemde al de aandacht die het kabinet aan dit onderwerp besteedt. Ik vind het mooi te zien dat ze in Den Haag zeggen: het aantal acties en plannen dat bedacht is, staat. Maar zullen we proberen een aantal casussen droog te koken om te zien of die acties en plannen echt werken? Vervolgens kunnen in Den Haag stevige besluiten genomen worden. Niet om de held te spelen, maar juist om te zien of op basis van een interventie in een specifieke casus het systeem aan te passen is en hopelijk beter gaat functioneren.

Een zo’n casus is die van de illegale seksinstellingen: wat in die panden gebeurt, accepteren wij niet, maar de oplossing om een streep door deze illegale praktijken te zetten, is er nog niet. Ik weet net zo goed als ieder ander dat misstanden in de seksindustrie nooit helemaal zullen verdwijnen, Waar het kan, willen we criminele uitbaters toch effectief de pas afsnijden. Aan ons en de politie de taak alert te zijn op de informatie die we kunnen verzamelen over panden. Daarna is de vraag: hoe kunnen we die informatie doorzetten naar andere partijen?
Die vraag is ingewikkelder geworden sinds de nieuwe privacywetgeving ingevoerd is. Ook hier weer: we weigeren ons erbij neer te leggen dat we dames die zich in deze omstandigheden bevinden, niet kunnen helpen. Daarom hebben we in de stad een zorgtafel opgezet. Daar kunnen we complexe zorgproblemen bespreken. We zitten met politie en zorginstellingen aan tafel en bespreken concrete zaken van meisjes en jongens die ontsporen en in handen – dreigen te – vallen van verkeerde types. We kunnen van hieruit hulp organiseren om degenen die zich in de meest penibele situaties zitten, te bevrijden. Maar het onderliggende probleem kunnen we hier dus niet bespreken. Weer: omdat we die informatie niet mogen delen.


Concrete maatregelen

De expertgroep die het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgericht heeft, stelt ons nu in staat om in ieder geval dit probleem te bespreken. Dat is sowieso fantastisch, want daar aan tafel hoor je hoe andere gemeenten met deze problematiek omgaan. En soms zit er iemand aan tafel die net op een andere manier naar de zaak kijkt. Dat levert ons weer inzichten op, die wij in onze eigen gemeente kunnen gebruiken.
Deze ellende vindt plaats op plekken in onze stad waar mensen in anonimiteit leven en waar zij onder de radar proberen te blijven. Maar het vergiftigt wijken als we nietsdoen en het bevordert de illegale economieën in de stad. Die verrotting moeten we met elkaar aanpakken.
En daarmee bedoel ik ook met andere gemeenten. We zijn op een andere manier in gesprek geraakt met elkaar over oplossingen die zij en wij hebben bedacht. Zo hoorden we in de expertgroep van een convenant dat de gemeente Amsterdam heeft opgesteld, waarmee zij onder bepaalde voorwaarden wél informatie kunnen delen. Wij kijken nu of zoiets ook in Rotterdam kan werken.
Verder beschikt de burgemeester over bestuurlijke middelen om in de illegale prostitutie op te treden tegen partijen die dit mogelijk maken én overtreders. Dat gaat om dwangsommen aan verhuurders of makelaars en sluiting van illegale seksinrichtingen. Verder kan een corporatie onder voorwaarden wél geïnformeerd worden: als sprake is van om misstanden in een corporatiewoning. Hiermee stellen we hen in staat maatregelen te nemen.

Maar het blijft een mijnenveld. Neem onze gesprekken met Amsterdam. Wij praten over convenanten die zij gesloten hebben met betrokken instanties om zo goed mogelijk samen te werken, maar we kunnen niet tegen elkaar vertellen welke pandjes we gesloten hebben en welke makelaars daarachter schuilgaan. Inmiddels voelen we ons gesteund door de aandacht die er landelijk gekomen is voor de problemen rond illegale prostitutie en loverboys. Dat heeft echter nog niet geleid tot een verandering in onze informatie-uitwisseling. Soms worden we daar een beetje suf van, want er wordt vanuit Den Haag verwacht dat wij een stap naar voren zetten en verontwaardigd zijn. Maar als wij onze rol willen pakken als gemeente, zijn we met handen gebonden.

Bestuurlijke steun
Dit is een fluïde markt. Wij hebben het gezien: wij sluiten een pand en de dames worden per taxi naar een buurgemeente vervoerd waar ze in een pand van dezelfde huurder geplaatst worden. Wij kunnen vervolgens niks meer doen, omdat het probleem naar een andere gemeente verschoven is. En dan mogen we ook nog eens niets zeggen tegen onze buurgemeente!
De balans tussen recht en privacy blijft lastig zoeken. Wij hebben gelukkig steun van ons bestuur om, zeker als het de spuigaten uitloopt, te kiezen voor het belang van slachtoffers. Maar dat is individuele hulp. De personen die deze meiden prostitueren… dat is nog altijd een ander verhaal. Toch geloof ik dat we een oplossing gaan vinden. Dat is wat mij en mijn mensen gemotiveerd houdt.”

(verschenen in de bundel UITGEBUIT, een tweeluik waarin slachtoffers van mensenhandel hun verhaal vertellen en waarin hulpverleners uitleggen wat zij voor hen kunnen doen. De bundel werd op 7 november 2019 uitgereikt aan HKH Prins Beatrix)