Günay Uslu

De drang inzichten te geven

The College Hotel in Amsterdam-Zuid is gesloten. Günay Uslu zit op haar gemak in de lege, grote bar met een kop thee. Deze verstilde setting heeft iets surrealistisch en het stemt haar ergens droevig: de coronacrisis heeft het bedrijf hard geraakt. Toch voelt ze dat het wel goedkomt. Eens is de crisis weer voorbij en willen mensen weer reizen, ontspannen en nieuwe werelden ontdekken. Günay is de zus van Atilay Uslu en medeoprichter van reisorganisatie Corendon. Ze is daarnaast als onderzoeker verbonden bij Cultuurgeschiedenis van Europa aan de Universiteit van Amsterdam. Als directeur Hotel & Resort Ontwikkeling binnen het familiebedrijf bouwt zij de hotels. Hierin probeert ze cultuur en geschiedenis altijd een plekje te geven: “Met mijn hotels vertel ik het verhaal van de plek waar jij je vakantie viert.”

“Tijdens mijn afstuderen, liep ik stage op een ministerie. Ik kan me de eerste vergadering herinneren. Ik zat daar en ik merkte dat de deelnemers vooral met zichzelf bezig waren, met wat ze straks zouden gaan zeggen. Zij focusten zich op hún moment, in plaats van te luisteren, interactie te zoeken en echt in gesprek te gaan.
Misschien is dat de makke van een talige samenleving zoals de Westerse, waarin we geleerd hebben alles bespreekbaar te maken. Een samenleving waarin de aandacht voor non-verbale communicatie minder groot is, wat ertoe leidt dat mensen die minder assertief het woord durven nemen ook minder podium krijgen voor hun verhaal. En dat je dus heel goed op moet letten dat je jouw podium pakt als je de kans krijgt.
Voor mij was het de bevestiging dat ik anders wil communiceren. Ik wil me bewust zijn van de ander, van wat hij of zij te vertellen heeft. Ik zoek juist de interactie, ik luister of wat de ander zegt ook op mij overkomt zoals diegene het bedoelt.
Ik denk dat dit zich vertaalt in de manier waarop bij Corendon onze overlegstructuur ingericht is. Wij zijn een open bedrijf, waarin we natuurlijk ook veel moeten bespreken. Maar ik denk dat we minder in vastomlijnde vormen gevangen zijn: we overleggen om oplossingen te vinden, niet om te vergaderen. Daar komt bij dat we een familiebedrijf zijn, waardoor loyaliteit en solidariteit nadrukkelijk in ons dna zitten. Wij willen geen subgroepen, geen uitsluitingen of verdeeldheid. Iedereen moet zich veilig voelen, zijn of haar mening en ideeën kunnen delen. En iedereen voelt dat daar vervolgens iets mee gebeurt. We laten zien hoe je idee is opgepakt en wat ervan geworden is.”

Kijk op de wereld
Of haar achtergrond en opvoeding iets te maken hebben met de manier waarop ze communiceert, is voor Uslu een lastige vraag. Natuurlijk heb je wat bagage meegekregen van je familie en ook je eigen culturele achtergrond is medebepalend voor wie jij bent als persoon. “Maar als iemand vraagt waar ik vandaan kom, is mijn eerste reactie: uit De Pijp, Amsterdam. De vraag is natuurlijk veelzijdiger bedoeld dan dat en daar ben ik me van bewust. Soms zie ik een serieuze honger naar het willen begrijpen.”
Op zichzelf is dit een mooi voorbeeld van een talige vraag met non-verbaal totaal andere signalen. Ze glimlacht: “Dan zie ik de persoon die voor me zit, denken: een andere huidskleur, een vreemde naam, maar ze spreekt wel vloeiend Nederlands. Wat is hier aan de hand? Maar de vraag die ik krijg is voor zoveel uitleg vatbaar. Soms wil ik best dieper ingaan op mijn achtergrond als ik die honger zie. Dat is echter pas mogelijk met nadere uitleg. Want wat wil je precies weten? Wil je weten waar ik me thuis voel, waar ik opgegroeid ben of waar ik geboren ben? Of wil je weten waar mijn ouders geboren zijn of zelfs waar hún ouders geboren zijn? Wat is, met andere woorden, mijn geschiedenis? Waar ligt je behoefte?” Het lijkt dus een simpele vraag vanuit het oogpunt van degene die hem stelt, maar Uslu kan er geen eenvoudig antwoord op geven.
Ze merkt overigens wel dat de vraag minder vaak gesteld wordt. Dat hij er minder toe doet dan toen ze jonger was. Langzaam maar zeker wordt de Nederlandse samenleving inclusiever en is diversiteit meer een gegeven dan voorheen, met name in grote steden. “Ik behoor tot de eerste gastarbeiderskinderen. Mijn ouders waren pioniers in dit voor hen nieuwe land. Vervolgens hadden ze het, denk ik, best moeilijk met kinderen die opgroeiden in een veel vrijere samenleving dan zijzelf gewend waren. Toch zijn ze op een mooie manier zichzelf gebleven en hebben ze ons de ruimte gegeven. Dat doet iets met hoe je naar mensen kijkt, hoe je functioneert en dat je, hoewel het een modeterm is, mensen insluit.
Ik ben gewend aan de vragen over mijn achtergrond, omdat mensen je niet kunnen plaatsen. Maar ik denk tegelijkertijd ook: waarom zou het anders zijn voor ons dan voor een gezin uit Brabant dat naar Amsterdam verhuist? Ook zij komen in een andere wereld terecht dan ze gewend zijn. Ook voor hen geldt dat ze leren vanuit meerdere perspectieven te denken en kijken naar de wereld waarin zij leven. Dat is het meest bepalend voor de manier waarop je in die wereld staat, handelt en communiceert.”

Reizen via Teletekst
Uslu studeerde Cultuurhistorie en promoveerde op Homerus en Troje. In eerste instantie echter, wilde ze rechten studeren. Als ze een jaar of acht is, ziet Uslu mannen in pakken gewichtig doen op tv. Ze vraagt haar ouders waar ze naar zit te kijken; haar moeder antwoordt dat dit mensen zijn die beslissen over Nederland. “Ik dacht: waarom zitten daar geen vrouwen tussen? Dus werd het mijn ambitie om rechten te gaan studeren en de eerste vrouwelijke premier van Nederland te worden.”
Ze krijgt echter een laag schooladvies. Dat krijgen de kinderen van gastarbeiders in die tijd standaard: zodat ze een vak geleerd hebben als ze terugkeren. “Eind jaren tachtig, begin jaren negentig beseften regering en samenleving: ze gaan niet terug. Ik herinner me nog dat ik bij meneer Verkerk zat, de directeur van mijn lagere school. Hij zei: ‘Meisje toch, het is veel beter een beroep te leren, dan kun je dat uitvoeren als je straks in je thuisland bent.’ En ik dacht alleen maar: waar heeft die man het over? Ik bén thuis. Mijn zus vond dit belachelijk en nam me mee naar het Montessori Lyceum, waar ik bij de directeur over mijn ambitie vertelde en toegelaten werd. Mijn politieke ambities ben ik verloren tijdens mijn studie, maar het besluit van de directeur van het Montessori is wel bepalend geweest voor mijn verdere leven en carrière.”

Tijdens haar studie dient zich vervolgens wederom een bepalend moment aan. Uslu besluit wat bij te verdienen en met haar broer Atilay verzint ze een plan: ze starten een bedrijfje dat lastminute reizen gaat aanbieden via Teletekst. “Internet was nog lang niet wat het nu is, maar Teletekst had in die tijd veel potentie. We hebben het over 1997. Het leek ons wel wat dat mensen vanaf de bank, zappend over Teletekst een vakantie konden boeken. Zo is Corendon geboren. Ik heb het twee jaar geleid en heb me daarna gericht op mijn afstuderen en mijn academische carrière.”
Haar broer gaat door met Corendon en bouwt het verder uit. Maar als zij haar proefschrift ingeleverd heeft en met haar broer aan de koffie zit, stelt hij een hotelketen te ontwikkelen binnen Corendon. Of zij dat wil oppakken?

Een hotel is een verhaal op zichzelf
“De processen blijken niet zoveel te verschillen”, stelt ze onomwonden. “Het bouwen en inrichten van een hotel is ook modulair, net als het opbouwen van een reeks colleges of het ontwikkelen van een expositie. Idee, informatie verzamelen, verwerken, opbouwen en afronden en het aan het publiek geven. Met een hotel doe je niet anders. Je wilt dat je proefschrift gelezen wordt, dat mensen naar die tentoonstelling komen, inzichten krijgen en overweldigd zijn door wat je aanbiedt. In een hotel wil je net zo goed dat de bezoekers een wow-gevoel krijgen.”
Dat effect overweldigd te worden, heeft alles te maken met verhalen vertellen, met communicatie. “Ik wil een boodschap overbrengen, iets verankeren bij onze gasten. Al in de ontwikkelingsfase lopen er designers en architecten mee, kunstenaars en culturele instellingen. Een hotel is meer dan commercie, sterker nog: als je je alleen daarop richt, dan is het niet spannend en komt de ervaring niet goed over. Dan is het leeg, een omhulsel. Een resort krijgt pas echt een ziel als er creatievelingen, onderwijsinstellingen en milieuactivisten bij betrokken zijn. Je moet je product onderdeel maken van de samenleving waarin het zich bevindt.
Dat ik cultuurhistorica ben, helpt me enorm een verhaal te vertellen dat aansluit bij de omgeving. Dat ik een migrantenkind ben, helpt me evenzeer. Migrantenkinderen voelen de drang inzichten te geven, mensen te informeren, vooroordelen weg te nemen, om zich te bewijzen. Hoewel migrantenkinderen, in tegenstelling tot hun ouders, niet meer het gevoel hebben dat zij te gast zijn, blijft die drang aanwezig. Dat is een verantwoordelijkheidsgevoel dat ingebakken zit in hen: je moet iets toevoegen en zo de samenleving verder helpen.
Ik denk dat kinderen die meertalig opgevoed zijn, flexibeler van geest zijn. Ik hoorde thuis Turks en zag Nederlands om me heen. Dat maakt je hoofd vrij flexibel en dat is een rijkdom. Ik kan schakelen van situatie naar situatie en daarop inspelen.”

Het verhaal ademen
Tussen broer en zus ligt een duidelijke knip als het op Corendon aankomt: de commerciële kant van het bedrijf ligt volledig bij broer Atilay, zus Günay ontwikkelt de hotels. Ze glimlacht: “Atilay ziet goed waar behoefte aan is; daar is de commerciële kant van het bedrijf op ingericht. Wat dat is, zie je in de naam. Corendon staat voor de goede tweede, een prachtige edelsteen maar niet de allerduurste op de markt. Bij Corendon krijg je iets heel moois, maar het kost je een euro in plaats van twee. Mijn broer denkt eenvoudig en dat sluit aan bij veel reizigers: ik wil een goede vakantie voor niet te veel geld op een fijne plek.
Ik werk redelijk autistisch aan die hotels; ik wil dat ze opvallen zonder dat ik me al te veel bezighoud met de commercie erachter. Ik wil dat verhaal vertellen, ik wil dat de gast onderdeel wordt van dat verhaal. In onze hotels zoek ik naar elkaar versterkende elementen. Zo heeft de bar in The College Hotel ook de functie van kunstgalerie, er worden concerten gegeven. Ik probeer te bereiken dat dit een plek is die bruist van het leven. Maar als je kijkt naar Mangrove Beach Resort op Curaçao, daar wil ik een ander verhaal onder de aandacht brengen. Ik wil een connectie maken met het eiland en heb dus Nederlandse en Curaçaose kunstenaars gevraagd om patronen te ontwikkelen op basis van de flora en fauna die je op het eiland vindt. Dat vormt patronen in bijvoorbeeld het tapijt en behang. Zo kun je het eiland herkennen in het hotel. Daarnaast hangen er werken van lokale kunstenaars, in samenwerking met het Curaçaosch Museum staat er een historisch kanon uit hun collectie op het terrein van het resort. Ik ben met milieuactivisten om tafel gaan zitten om te bespreken hoe we het koraal in de buurt van het hotel kunnen schoonhouden en beschermen en hoe we de boeren kunnen helpen door een ontziltingsprogramma te ontwikkelen waarmee zij hun groenten kunnen irrigeren. En samen met een organisatie uit de buurt hebben we opleidingen voor buurtgidsen ontwikkeld. Werkloze bewoners uit de omgeving worden opgeleid tot gids en brengen de gasten in contact met buurtbewoners en de historische buurt Otrobanda, waar ons resort staat.
En natuurlijk heb je een onvergetelijke vakantie in een mooi resort met een fijn zwembad. Maar je hebt in die tijd óók nieuwe ervaringen en inzichten gekregen. Het hotel moet uiteindelijk dat verhaal ademen: het resort, de beleving, de gidsen, de medewerkers. Alles is communicatie in het vertellen van dat verhaal, in het subtiel overbrengen zonder op te dringen. Dat is de balans die ik altijd zoek.”

Geen vergelijkingsmateriaal
En dan is er ineens die pandemie die jouw bedrijfssector hard raakt. Het is voor Uslu een moment om juist dóór te gaan. “Het is gek dat je ineens stilstaat, maar ons ondernemerschap gaat wel door. We hebben een moment van reflectie ingebouwd: waar staan we, wat willen we in een ineens onzekere toekomst? Wat hebben we bereikt? Moeten we iets veranderen? Het kietelt mijn creativiteit: kunnen we iets leren van deze periode?
De conclusie is, dat je bescheiden wordt van het moment dat het toerisme wegvalt. We moeten even bijkomen van corona: de crisis legt duidelijk bloot hoe kwetsbaar je bent. En dat maakt ons krachtiger, want hoe komen we uit deze crisis met de beperkingen die het ons oplegt? Vergeet niet dat dit een rare crisis is: universeel in de zin dat het iedereen raakt, maar het is ook zo dat de ene sector heel hard getroffen wordt, terwijl andere sectoren het juist heel goed doen en zelfs groeien.
Zie je normaal gesproken in een crisis dat rijk rijker wordt en arm armer, dat is nu anders: je hebt een scheiding naar sectoren waarbinnen het heel goed gaat – de levensmiddelenindustrie, techbedrijven, de bouwwereld – of heel slecht gaat – neem sport, horeca, hospitality, reizen, cultuur. Het is geen klassieke crisis en daarmee hebben we geen vergelijkingsmateriaal met voorgaande crises. Dat maakt het nog wel interessant hoe we als land en als samenleving uit deze crisis gaan komen.”