Gerard Meijer

‘Ik ben vergroeid met deze club’

Er is niemand die zo lang aan Feyenoord verbonden is als Gerard Meijer. Hij is vertrouwenspersoon van vele generaties voetballers: “Ik luisterde naar al hun verhalen en hield alles voor me.” Toen hij in 1959 begon als verzorger en masseur, stond Gerard er alleen voor. Hij legde de shirtjes klaar en nam zelf wat rolletjes verband en een waterzak mee naar de wedstrijden. Later kwamen assistenten hem bijstaan. Waar zij kwamen en gingen, bleef Gerard. Tot 2009 rende hij in gestrekte draf het veld op als een speler verzorging nodig had. Daarna werd hij ambassadeur van de club. Gerard Meijer, in het bezit van Legioenpas nummer 1 die hij van de supporters kreeg bij het honderdjarig jubileum van de club, is in alles de belichaming van de uitdrukking ‘Feyenoord till you die’.

“In augustus 1959 kwam ik bij Feyenoord; een verhaal apart. Ik deed diergeneeskundig onderzoek bij de Rijksseruminrichting in Oud-Mathenesse. Ook hielp ik mijn vader, die sportmasseur en trainer was op een boksschool. Ik had daarvoor een opleiding tot sportmasseur gedaan bij Evert Wijburg. Op een avond belt Evert mij op. Zijn zoon, Eef, was verzorger bij Feyenoord onder trainer Jaap van der Leek. Jaap stapte over naar DOS en Eef ging mee. ‘Misschien is het goed voor je om te solliciteren, als je er zin in hebt’, zei de oude Wijburg tegen me.
Ik stuurde een brief in maar hoorde vervolgens niks meer. Tot ik op mijn werk bij de directie geroepen werd. Ze hadden Phieda Wolff van Feyenoord aan de lijn. ‘We spelen vanavond een wedstrijd tegen Lokomotive Leipzig, maar we hebben helemaal geen verzorger. Dat zijn we vergeten. Wil je komen?’ Dus ik tufte op mijn scootertje naar het stadion, waar ik om de spullen vroeg. Daar wisten ze niks van. Gelukkig had ik zelf een tasje met wat verbandspullen bij me. Terreinchef Jaap Barendregt kwam me ophalen en zei: ‘Gerard Meijer? Ik wist dat u zou komen. Kom maar mee naar de overkant. Daar zijn de kleedkamers.’ Daar vond ik een koffer met kleding en verder niets. Dus ik legde alle kleren netjes neer en sorteerde mijn spullen op tafel. Toen kwamen de spelers. Jongens als Henk Schouten en Cor van der Gijp kende ik al, die kwamen vaak bij het boksen.
Na de wedstrijd moest ik van manager Guus Brox even de gang op, want hij ging de spelers vragen of het goed gegaan was. Na twee tellen stak hij zijn hoofd om de hoek en zei: ‘Kom maar binnen; je mag blijven. En je bepaalt zelf wanneer je weggaat.’ Met andere woorden: als je het goed doet, mag je blijven en anders sturen we je de laan uit. Dat ik het vijftig jaar volgehouden heb, had niemand kunnen voorzien. Coen Moulijn riep al tegen me: ‘Hé ouwe! Hoe hou je het vol, man?!’ Maar ik heb in 2009 pas afscheid genomen als verzorger. Ik was 74 en rende nog altijd het veld op als het nodig was.

Lees het hele interview in het boek, te bestellen via onder andere bol.com en hetrotterdamswarenhuis.nl.

Gerard Meijer verzorgt Willem van Hanegem (16 november 1971) ©Roel Dijkstra – Vlaardingen / Foto Peter Molkenboer