Een boodschap van hoop

Joris Vercammen is de oud-katholieke Aartsbisschop van Utrecht. Vanuit Amersfoort predikt hij openheid en fysiek contact. Sociale media zijn leuk, maar voor werkelijke verdieping moet je elkaar in de ogen kijken. Twitter, Facebook, Instagram? ‘Het zijn voor mij slechts mooie middelen om mensen bij elkaar te brengen.’

 

 

‘Als ik mezelf moet omschrijven? Ik wil wel iets met het evangelie, maar in mijn visie is het evangelie er om de kwaliteit van ons leven beter te maken. Ik ben een denker, iemand die wil dat er wat gebeurt. Ik ben gevoelig voor wat het leven brengt, hoe de wereld in elkaar zit. Wat mensen meemaken in hun leven en wat er in de samenleving gebeurt, houdt me bezig. Voor mij heeft de kerk daarbij met alles te maken: wij brengen een boodschap van hoop. Dat raakt de economie, intimiteit van mensen, en kunst en cultuur.

In 2000 ging mijn voorganger met emeritaat dus er moest een nieuwe aartsbisschop gekozen worden. Alle pastores zijn op dat moment kandidaat en het keuzeproces is democratisch en openbaar. Dat gaat heel gemoedelijk in onze kerk. Er zijn geen campagnes en er is geen witte rook. Het kiescollege komt bij elkaar in de kathedraal van Utrecht en de zitting aldaar is openbaar. In onze beleving is deze verkiezing een moment om met elkaar verbonden te zijn via de kerk.’

Onfeilbaar

‘Ik ben begonnen als priester in het rooms-katholieke bisdom Antwerpen, maar in 1988 stapte ik over naar de Oud-Katholieke Kerk. Die stroming lag mij meer. Wij zijn in alles katholiek maar we hebben ook een open geest. Oud-katholieken staan open voor alles wat het leven brengt. Wij kennen geen taboes om over dingen te praten of om na te denken. Integendeel, wij proberen het gesprek te zoeken en de dialoog aan te gaan. Die sfeer heerst bij ons; onze manier van geloven wordt bepaald door die wens tot een open dialoog.

Gastvrij zijn voor andere mensen. En wie echt gastvrij is, is ontvankelijk voor anderen. Die staat open voor anderen en probeert het leven niet naar zijn hand te zetten. Wij laten het leven binnenkomen, in veel sterkere mate dan de Rooms-Katholieke Kerk. De recente geschiedenis, en dan bedoel ik van de laatste twee eeuwen, heeft de Rooms-Katholieke Kerk in een kramp gebracht. Dat is zonde. Ik zoek ook niet naar de verschillen tussen de stromingen rooms-katholiek en oud-katholiek. Ik zet ze niet af tegen elkaar. Ik kijk liever naar onze bijdrage aan het geloof en dat is die gastvrijheid. Ik wil uitstralen dat je niet bang hoeft te zijn. En natuurlijk zijn er verschillen. In 1870 is de Paus onfeilbaar verklaard, maar daar geloven wij niet in. Ik zie die onfeilbaarheid als iets dat past in de ontwikkeling van een kerk die zich opsluit in zichzelf. Dat heeft te maken met de vraag waar je nog zeker van bent. Wat is waarheid? De negentiende eeuw is een tijd waarin het denken zich enorm ontwikkelt. Mensen als Freud, Marx en Nietsche staan op en hebben een mening. Voor de rooms-katholieken leidde dat tot veel onzekerheid; zij hadden behoefte aan iemand die voor hen zou zeggen hoe de wereld eigenlijk in elkaar zit. Dat werd een onfeilbare Paus.’

Het bewustzijn van het volk

‘Voor een stroming die open dialoog centraal stelt in haar handelen, is communicatie een absolute noodzaak. Ik vind het een noodzaak om in leven te blijven. Mensen zijn relationele wezens en dus communicatieve wezens. Wij leven vanuit de uitwisseling: niemand is alleen. Ik geloof daarbij ook in een soort communicatieve spiritualiteit. Ook geloven doe je niet alleen. In de kerk zeggen we al meer dan duizend jaar dat alle individuele gelovigen iets van de Heilige Geest in zich hebben. En dat vraagt om een uitwisseling, om samen je geloof op te bouwen. Natuurlijk is een magisterium, een leergezag of plek waar de kennis verzameld en van daaruit uitgedragen wordt, belangrijk. Maar sensus fidelium, het gevoel en het bewustzijn van het gelovige volk, is altijd net zo belangrijk geweest. Het gezag kan slechts bestaan bij de gratie van hun communicatie met het volk. Wat heb je aan gezag zonder volk dat zich bewust is van haar eigen positie en denkbeelden?

Die ideeën zijn letterlijk honderden jaren oud maar we proberen daar nu invulling aan te geven door gebruik te maken van de huidige technieken die de wereld biedt. Al hebben we daarin nog heel veel te leren, we proberen het wel. Wij zien het belang en de kansen in van sociale media om met mensen te communiceren.

Sociale media zijn een uitstekend middel om contact te leggen. Natuurlijk kun je de boodschap niet in 140 tekens verkondigen, maar het is genoeg voor het leggen van contact. Ik zie in sociale media de kans om mensen fysiek bij elkaar te krijgen voor reflectie. De verdieping zit in de traditionele middelen als bij elkaar komen. Het grootste nadeel aan sociale media is in mijn ogen dan ook dat je elkaar niet in de ogen kijkt.

Leer je elkaar kennen, kijk je elkaar aan, dan verandert de houding in positieve zin. Kijk maar naar het vluchtelingendebat. Mensen maken gebruik van grote woorden maar die zijn er niet meer als ze een vluchteling in de ogen kijken. Ons leven speelt zich niet af op sociale media. Het zijn mooie middelen. Maar niet meer dan dat: een middel om mensen fysiek bij elkaar te brengen.

Het gaat daarbij ook om de morele codes van waaruit je handelt. Wij proberen in onze communicatie eerlijk en helder te zijn. Wat we zeggen moet waar zijn. Anders werkt het niet. Aandacht trekken om de aandacht is leeg en gaat vlug over. Je moet met inhoud komen. Als je wat te zeggen hebt, zeg het. Maar houd anders je mond. Dat gebeurt soms wat te weinig.’

Weerbaar

‘Het vlugge en oppervlakkige van sociale media is in sommige gevallen ook helemaal niet goed. Denk maar aan het misbruikschandaal in de Rooms-Katholieke Kerk. Zoiets kan pas een plek krijgen als je er met elkaar over praat; niet door erover te berichten. Een bericht op sociale media of in de krant is zo weer verdwenen. Maar een echt gesprek blijft hangen, heeft impact voorbij die paar woorden op het scherm van je mobiel. Het maakt overigens niet uit dat dit zich afspeelde in een andere gemeenschap dan de onze. De nuances tussen kerkelijke stromingen doen er op die momenten niet toe. Gelijk in welke kerk het zich afspeelt, het straalt af op ons allen. En hoe verder de kerk uit het centrum van de samenleving verdwijnt, hoe sterker dat idee wordt: voor de mensen is het de kerk en we delen dus allemaal in de klappen.

We komen uit een kerkelijke cultuur die dominant was over de samenleving. Dat heeft heel veel goeds gebracht, maar die rol heeft de kerk nu niet meer. Dat vergt een zekere weerbaarheid. Niet in de zin dat we die cultuur moeten terugzoeken of restaureren. We moeten duidelijk maken dat we kwaliteiten hebben en dat we een bondgenoot zijn voor iedereen die wakker ligt over de vraag wat de kwaliteit is van het leven. Wees bescheiden. In die bescheidenheid voelen mensen hoe diep de verbondenheid tussen gelovigen is. Wij moeten onze relevantie terugverdienen via het authentieke verhaal van de kerk. Niet door geroep.

Zeker ook niet door van die quasi-stevige dogmatische opstellingen. De kerk is een plek voor reflectie en saamhorigheid. Wij zijn een bondgenoot en iedereen is welkom. Dat is de rol die ik voor me zie als ik denk aan de kerk van nu. Wij trekken ons het lot aan van ieder mens, of je nou gedoopt bent of niet. Of je nou wel of niet bij ons aangesloten bent. Kerkelijke gemeenschappen zijn de plekken van hoop.’

‘Het gezag kan slechts bestaan bij de gratie van hun communicatie met het volk. Wat heb je aan gezag zonder volk dat zich bewust is van haar eigen positie en denkbeelden?’

Liefde zonder voorbehoud

‘Ik mocht kortgeleden een nieuwe kerk inzegenen in Groningen. Een bijzonder moment want dat komt niet vaak meer voor. Ik zag een plek waar je rust vindt. Een stille en open plek in het dichtbegroeide, lawaaierige woud dat de stad tegenwoordig is. Een plek waar de zon kans krijgt door te breken. Dit is een nieuwe plek om eucharistie te vieren. En eucharistie staat voor de liefde zonder voorbehoud. Dat is die hoop waarover ik spreek. Dat is de verbondenheid die onze samenleving nodig heeft en die niet te vinden is in de snelle communicatiemiddelen van tegenwoordig. Kom samen, participeer, zorg dat iedereen mee kan doen, wees samen in stilte.

Het is een actieve rol die je op je moet nemen. Samenzijn is niet zomaar een spel maar het is iets dat je met huid en haar en met heel je hebben en houden doet. Of ik dan een Don Quichot ben die strijdt voor de liefde zonder voorbehoud in een wereld die gevoed wordt door haat en oorlog? Ik vraag me dan af wat ik anders zou doen? Het is toch nodig. Het zou jammer zijn als die liefde verdwijnt! We moeten het goed doen, we moeten ons bewust zijn van die liefde. Als er zoveel haat is, dan mag je daar geen haat meer aan toevoegen. Positief is het ook zo: het kleine beetje hoop en liefde dat we kunnen toevoegen, moeten we ook echt toevoegen. Wij moeten er blijven in geloven dat er eenheid mogelijk is tussen mensen en dat mensen die heel verschillend zijn door één deur door kunnen. Zo tonen we dat er vrede mogelijk is.’