Claudia

“Als gediplomeerd schilder werkte ik voor renovatie- en nieuwbouwprojecten, ik had een koophuisje en het ging goed met me. Toen ontmoette ik twee mensen. Ze leken heel aardig, maar wat wist ik? Ik was net 21. Ze hadden problemen: zij was zwanger van hem en ze hadden nog geen huis. Of ik hun auto voor drie maanden op mijn naam kon zetten? Dan konden ze de boel op orde krijgen en zou de auto weer op hun naam gezet worden. Ik vertrouwde ze. We regelden het en daarna hoorde ik niets meer van ze.
Na een tijdje begonnen de boetes te komen. Tweehonderd euro. Driehonderd euro. Allemaal met die auto gemaakt. Ik wist niet wat ik moest doen, dus ik stopte mijn kop in het zand. Ik liet de rekeningen ongeopend liggen. Na een jaartje stond de politie op de stoep dat ik mijn boetes moest gaan betalen. Met de wijkagent trof ik een regeling: elke week tweehonderd euro afbetalen. Maar ja, dat is een hoop geld in de maand.
Ik verloor controle over mijn financiën en ging schulden maken. Op een gegeven moment had ik twee tassen vol ongeopende rekeningen. De sociale dienst wilde niet helpen, want ik had eigen vermogen: mijn koophuis. En zolang je eigen vermogen hebt, moet je het zelf maar oplossen. Dat maakte me zo boos. Op een avond kreeg ik zo heftig ruzie met mijn ex dat hij de politie belde. Ik werd opgepakt en naar de Koepelgevangenis in Breda afgevoerd.

Het was zo onwerkelijk. Die eerste avond vergeet ik nooit. Gelovig ben ik niet, maar ik keek omhoog en vroeg: ‘Wat wil je me leren? Ik begrijp het niet.’ Ik zat 28 dagen vast; het leek wel een eeuwigheid. Vlak voor mijn vrijlating, werd mijn huis ook nog geveild. Dat betekende nog meer schulden, want het leverde natuurlijk veel minder op dan mijn hypotheek waard was. Ik raakte in paniek: ‘Ik kom zo vrij en dan ben ik dakloos!’
De maatschappelijk werker in de gevangenis bracht me in contact met Stedelijke Zorg Rotterdam. Via hen maakte ik kennis met Humanitas, die huisvesting regelde. Maar voor mijn schulden moest ik me inschrijven bij de Kredietbank, die me afwees omdat ik fouten maakte op de formulieren. Ik raakte zo gefrustreerd… Ik was mezelf niet meer. Bij het minste of geringste, reageerde ik als een wilde kat die om zich heen krabt.
Het keerpunt was een ruzie met mijn ex. Ik ging weer eens naar hem toe en was zo boos, dat ik door de ruit van zijn voordeur sloeg. Ik was zwaargewond: twee pezen in mijn pols, zeven pezen in mijn vingers en mijn zenuwbanen doorgesneden, en een slagaderlijke bloeding. Het was mijn goede hand en die raakte zo beschadigd, dat ik nooit meer als schilder kan werken. Het kostte me ruim drie jaar om te revalideren. Maar daarnaast ging ik beseffen dat ik hulp nodig had.
Uiteindelijk heb ik psychiatrische hulp gezocht. Dat heeft me enorm verrijkt, juist omdat het mijn eigen beslissing was. Ik leerde naar mezelf kijken, accepteren dat ik zo niet verder kon. Ik kon niet naar een ander wijzen, maar moest mezelf veranderen.

‘Na dertien jaar sta ik op het punt weer opnieuw te kunnen leven’

Intussen had ik nog steeds geen oplossing voor mijn schulden. Toen stapte Peter Kling, vrijwilliger bij Humanitas, mijn leven in. Mijn eerste reactie was: ‘Ik weet niet wat jij denkt te gaan uitrichten, maar ik geloof er niet meer in.’ Hij zei: ‘Als jij je voor de volle honderd procent wil inzetten, dan gaan we ervoor.’ We zijn samen gaan bouwen. Eerst hebben we mijn schulden op een rij gezet. Ik kon niet meer terecht bij de Kredietbank omdat zij me hadden afgewezen. Dus ik heb schuldhulpverlening aangevraagd via de WSNP, de wet schuldsanering natuurlijke personen. Een deel van mijn schulden is kwijtgescholden en de rest moet ik afbetalen. Daarin staat Peter me bij; hij laat me zien dat ik moet blijven geloven in mezelf. Zelfs als ik het niet meer zie zitten, dan zegt hij dat ik door moet gaan. Ik zei weleens: ‘Ik ga er nu mee stoppen! Ik kan het niet meer!’ Peter keek me dan aan en wees me er kalm op dat stoppen niet zo’n goed idee zou zijn…
Daarnaast moest ik een nieuw vak leren. Gelukkig kreeg ik een kans; ik mocht stage gaan lopen bij een cateringbedrijf. Na een paar maanden boden ze me een contract aan met de vraag of ik koffie wilde schenken bij de gemeente. Dat was een droom, want ik wilde graag de horeca in. Ik ben een entertainer, ik houd ervan mensen blij te maken en als ik koffie schenk, krijgen mensen een glimlach op hun gezicht.
In zes maanden heb ik al mijn diploma’s gehaald. We zijn er bijna. Ik krijg op 18 december 2017 een vast contract als barista en de dag erna loopt mijn WSNP-traject af. Dan ben ik eindelijk schuldenvrij, heb ik een eigen huisje en een nieuwe carrière. Na dertien jaar sta ik op het punt weer opnieuw te kunnen leven. Ik durf voor het eerst weer positief naar mijn eigen toekomst te kijken.”