Heftig maar mooi

Nee, het was geen diepgewortelde kinderwens. Stom toeval. Dat was het. Ze werd tijdens een potje survival uitgedaagd de gezondheidstest voor de brandweer te doen. “En voor ik het wist, zat ik in mijn arbeidsvoorwaardengesprek”, lacht Martine Timmermans haar aanstekelijke lach. Inmiddels is ze ook lid van het USAR-team en ze ontwikkelt zich om door te groeien in de organisatie. “Ik heb mijn draai bij de brandweer wel gevonden, ja.” (foto Phil Nijhuis)

Timmermans komt van het eiland Voorne-Putten, ten zuiden van Rotterdam. Een boerenstreek waar zij de land- en tuinbouwschool doorliep. Na een jaar op een groot melkveebedrijf in Canada, komt ze terug en gaat bij een varkenstransportbedrijf werken. Om te ontspannen, sport ze: “Ik deed survival en hindernisbanen. Daar kwamen jongens van de brandweer en zij daagden me uit de brandweertest te doen.” Ze houdt van een uitdaging, glimlacht ze, zeker toen ze begreep dat slechts twee procent van het korps vrouw is. Timmermans pakt de toegeworpen handschoen op en haalt de test met vlag en wimpel.

In 2007 zegt ze haar baan in de veeteelt op en gaat bij de brandweer. Eerst volgt ze een training van drie maanden en dan wordt ze geplaatst bij het korps Rotterdam-Zuid. Geen dag spijt heeft ze gehad van haar overstap. Dat ze een van de weinige vrouwen is, deert haar niet: “Ik kom uit de agrarische sector, dat is ook een mannenwereld. Bij de boer, op het slachthuis, je ziet vooral mannen. Ik houd van die mentaliteit van niet lullen maar poetsen. Weinig woorden, hecht samenwerken en weten wat je aan elkaar hebt. Dat vond ik bij de brandweer ook.”

Weinig woorden, hecht samenwerken en weten wat je aan elkaar hebt. Dat vond ik bij de brandweer ook

Eén minuut
Inmiddels heeft ze de overstap gemaakt naar de kazerne Vlaardingen en ontwikkelt ze zich om door te groeien in de organisatie. Het werk heeft een vast ritme: 24 uur dienst, 48 uur rust. De dienst begint om 8.00 uur met schoonmaken en controleren van al het materiaal. Dan rijdt de ploeg een ronde door de stad om te zien of er ergens een omleiding is of dat de weg ergens opgebroken blijkt te zijn. Zo zijn ze altijd helemaal voorbereid voor het geval het alarm afgaat. De ploeg is als een familie, die samen eet, sport, schoonmaakt, oefent om vaardigheden op peil te houden, inspecteert en slaapt. Uiteraard altijd in afwachting van dat alarm: “Iedereen heeft een pieper op zak. Als die afgaat, moeten we binnen één minuut aangekleed in de wagen zitten.”

Als het alarm gaat, rukt de beroepsbrandweer als eerste wagen uit. De vrijwillige brandweer, die aan dezelfde professionele eisen moet voeldoen als de beroepsbrandweer, is in Vlaardingen back-up. “Mensen bij de vrijwillige brandweer hebben een ander hoofdberoep. Zij worden als tweede wagen opgeroepen als het incident zo groot is dat wij het niet met één wagen af kunnen. Als het incident ook voor twee wagens te groot is, schalen we op en staan omliggende blusploegen ons bij. Als een incident veel tijd vergt, komt de vrijwillige brandweer naar de kazerne zodat er toch een ploeg paraat is als er een nieuw alarm komt.”

Een uur in de auto
Timmermans geniet van haar werk, al is niet alles makkelijk. Een enorme brand, een groot ongeluk of een reanimatie, het kan elke dag gebeuren. “Het is heftig, maar het is juist ook mooi dat je mensen in nood helpt”, stelt ze. “Als ik van huis ga, weet ik niet hoe mijn dag eruit gaat zien. Dat vind ik zo mooi aan mijn werk. Tegelijk weet ik dat wij als team elke uitdaging aankunnen, dat we van elkaar op aan kunnen. Natuurlijk is er psychologische hulp na een groot incident en je kunt altijd met elkaar praten over wat iets met je doet. Wat ik zelf fijn vind, is dat ik in Zeeland woon. Dat uur in de auto naar huis geeft mij de tijd om mijn hoofd leeg te maken en alles een plekje te geven. Het is misschien ook wel de nuchterheid die ik overgehouden heb aan mijn jeugd op de boerderij op Voorne-Putten: als je alles gedaan hebt wat in je macht ligt, is het niet anders. Hoe vervelend de uitkomst soms ook is.”

(verschenen in JenV Magazine #5, maart 2019)

  • De brandweer en JenV
    Nederland kent 25 veiligheidsregio’s, die verantwoordelijk zijn voor brandweerzorg, het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR). De minister van Justitie en Veiligheid is verantwoordelijkheid voor de inrichting en werking van het stelsel van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing als geheel en voor de maatschappelijke effecten ervan. Hij geeft hier onder andere invulling aan door het stellen van regels voor de inrichting van het stelsel. De Inspectie Justitie en Veiligheid houdt toezicht op de kwaliteit van de taakuitvoering door de veiligheidsregio’s.