Fill in the gap

Een gesprek met politicus, campagnevoerder en communicatieadviseur Frits Huffnagel gaat al snel over de grote uitdagingen voor de politiek na de verkiezingen in de Verenigde Staten van 8 november 2016. Dat een man zonder enige ervaring de machtigste man van de wereld kon worden, verbijstert hem. Maar hij snapt het wel. En hij meent dat het tijd is juist de communicatie eens goed onder de loep te nemen. “Het is tijd dat we gaan luisteren. Echt luisteren. En dan iets gaan doen met wat we horen.”

Met flair komt hij binnenstappen. Zijn lange zwarte jas wappert achter hem aan. Zijn gezicht breekt in een grote lach open en hij geeft een ferme hand. “Gevonden!” Frits Huffnagel is als de wervelwind van positieve energie die omstanders verbijsterd achterlaat. In het halfronde bankje van het Haagse café Millers zet Huffnagel zich onder de beeltenis van een wulpse blonde dame. Hij knipoogt en moet zelf lachen om de ironie van deze achtergrond. Nooit heeft hij een geheim gemaakt van zijn geaardheid. Een hand gaat door zijn haar, hij bestelt koffie met een zoetje en roerei met spek, paddenstoelen en bruin brood.

Huffnagel gaat er eens goed voor zitten.

Een gesprek over communicatie door de bril van deze politicus gaat natuurlijk over trots. Onder zijn wethouderschap kreeg Amsterdam de slogan I AMSTERDAM en hij maakte Den Haag tot stad van vrede en recht. “Den Haag wilde alles zijn, de stad van cultuur, de koninklijke stad, de stad aan zee. Maar dat maakt je niet bijzonder. Dat je aan zee ligt, is niet erg onderscheidend”, lacht hij. “In dit land liggen zoveel steden aan zee en er zijn mooiere stranden in de wereld dan Scheveningen. Er moet iets zijn dat je anders maakt dan anderen. Daar ben je trots op, dat draag je uit. Citymarketing is de trots verwoorden en uitdragen.”

In dat opzicht belijdt Huffnagel zijn eigen woorden. Op zijn website staat een reusachtig citaat: “Net als Rembrandt van Rijn, Nederlands grootste schilder ooit, ben ik geboren op 15 juli in Leiden.”

Typisch Huffnagel.

“Ja, goed he? Ik ben geboren en getogen Leidenaar. Die stad zou veel meer moeten doen met het feit dat Rembrandt daar geboren is. Ik ben er trots op dat ik in dezelfde stad op dezelfde dag geboren ben als hij. En Rembrandt was ook nog een beetje rossig. Dat vind ik ook fijn.” Hij schiet in de lach. “Ik lach erom, maar het is niet anders dan citymarketing. Je trots uitvergroten. Zo verkoop je jezelf als stad, als bedrijf, als persoon. En dat doe ik op mijn site ook. Ik laat mezelf zien. Mijn trots zit in de link met Rembrandt en in mijn eigen familie, die lang geleden vanuit Duitsland naar Nederland kwam. Ook dat is uniek: dat heeft niemand anders in mijn omgeving. Communicatie gaat ook over dat zoeken naar unieke elementen in je verhaal. Of het nou om mijzelf gaat, om een stad of om een bedrijf. Wat maakt je uniek waardoor mensen zaken met je willen doen, op je willen stemmen of er willen wonen?”

‘Alle buitenlanders eruit, dat is als alle auto’s verbieden zodat je nooit meer een auto-ongeluk hebt. Het slaat nergens op.’

Huffnagel zoekt de combinatie.

Hij studeerde Politicologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, met als afstudeerrichting Politieke Communicatie en Informatie: “Ik was op mijn zestiende lid geworden bij Club Veronica, de jongerenorganisatie van Veronica. We mochten zelf televisie, radio en een blad maken.” Hij valt even stil als hij terugdenkt aan die tijd. Neemt een hap van zijn roerei. Bedachtzaam kauwt hij, dan lichten zijn ogen op en komt zijn karakteristieke brede glimlach weer tevoorschijn: “Ik vond het geweldig. Mijn liefde voor communicatie is daar opgebloeid. Daarnaast had ik interesse in politiek. Hoe zit de wereld in elkaar en wie hebben invloed? Ik ging politicologie studeren in Amsterdam, waar communicatie als afstudeerrichting aangeboden werd.”

Na zijn studie gaat hij de politiek in (“Daar kun je zelf die invloed uitoefenen.”) Hij wordt fractievoorzitter en wethouder in Amsterdam en later in Den Haag, maar in 2002 zoekt hij de combinatie met communicatie weer op als hij lid wordt van het campagneteam van Gerrit Zalm. Vervolgens wordt hij campagneleider van Mark Rutte als die het tegen Rita Verdonk opneemt voor het leiderschap van de VVD. Hij valt op doordat hij altijd net even iets anders bedenkt. “Zoals Mark zei: ‘Frits krijgt me in televisieprogramma’s waarvan ik niet eens wist dat ze bestonden.’ Ik vond het geweldig. Niet eerder was er op deze manier een strijd om het partijleiderschap geweest in Nederland.”

Er moet wel wat te kiezen zijn. Rutte en Verdonk konden tegen elkaar afgezet worden omdat beide andere ideeën hadden over de koers van de VVD. “Dat was anders dan nu de strijd tussen Diederik Samson en Lodewijk Asscher. De ene heeft het beleid bedacht en de ander heeft het uitgevoerd. Dan is het een beauty contest. Dan gaat het om wiens hoofd je het meeste aanstaat of wie van de twee je het gunt.”

Maar dan nog: wees daar waar de kiezer is, adviseert Huffnagel de communicatieprofessional. “Sta je voor een zaal met 500 man, waarvan er tien stemrecht hebben, of voor een zaal van vijftig man waar veertig mensen mogen stemmen. Waar is je bereik groter? Die slimheid wordt nog te weinig ingezet door communicatieprofessionals.”

Huffnagel richt zijn blik naar buiten.

Wie het anno 2016 heeft over de rol van persoonlijkheid in de politiek, kan niet meer om de Verenigde Staten heen, waar een totale outsider zonder enige ervaring het won van een vakpoliticus. In de strijd tussen Clinton en Trump ging het in extremis om je boodschap afstemmen op de plek waar je bent. In Amerika is de verkiezingsstrijd totaal anders dan bij ons, natuurlijk. Maar we kunnen er wel belangrijke lessen uit leren, meent ook Huffnagel.

“De smakeloze manier waarop de strijd gestreden is, dat niveau hadden we zelfs in Amerika nog niet eerder gezien. Dat de ene kandidaat tegen de andere zegt: ‘Als ik president word, ga jij de gevangenis in. Zo diep waren we nog niet gezonken.” Verklaren kan hij het wel: beide kandidaten waren immens impopulair. Trump heeft gewonnen met minder stemmen dan dat Mitt Romney vier jaar geleden kreeg en die verloor van Obama. Hillary heeft dus nóg minder stemmen gehaald. Zij is gevestigde orde en er is een vreselijke aversie tegen de politiek. Hillary kon maar van één iemand winnen en dat lukt haar nog niet!”

Hij is oprecht verbijsterd. Legt zijn bestek neer en slaat zijn ogen even ten hemel. “Trump was ook niet populair maar hij was in ieder geval nieuw. Nul dagen ervaring en dan de machtigste gekozen man ter wereld worden. Dat is toch…” Hij heft zijn handen ten hemel: “Onwerkelijk?!”

Huffnagel ziet parallellen.

De gevaarlijke mix waaraan de VS ten prooi gevallen is, is die van onvrede en onzekerheid. “En daar komt bij dat het land feitelijk verzuild is op een manier die wij al decennia niet meer kennen. Hardcore republikeinen kijken naar Fox News  en de diehard democraat kijkt CNN. Wat republikeinen dan weer het Clinton News Network noemen. Beide zijden draaien rond in hun eigen cirkeltje, horen alleen hun eigen geluid, krijgen enkel bevestiging van wat ze denken.”

Dat is in Nederland verleden tijd. “Maar de onzekerheid en onvrede die de broedplaats waren voor de winst van Trump zijn ook in ons land aanwezig. Die legde Pim Fortuyn al bloot. De onzekere mensen zien hun land veranderen, hun stad, hun wijk en hun straat. En zij vragen zich af: is dit mijn land nog wel? Ze weten niet waar het naartoe gaat en dat is een slechte raadgever.”

We hebben een enorme wake-up call gehad op 8 november 2016, meent Huffnagel. Hij staart in zijn koffie en weegt zijn woorden voor hij verder gaat. “Zij die ontevreden of onzeker zijn, voelen zich niet gehoord noch vertegenwoordigd door de politiek. Wij moeten leren luisteren en iets doen met wat de mensen zeggen. We zijn zeer bedreven in het buitensluiten van groepen die een ander geluid laten horen dan wij acceptabel vinden. Maar je kunt de mensen die op de PVV stemmen niet wegzetten als een racistisch en homofoob stelletje Tokkies. De grootste fout van Hillary was Trumps achterban als ‘deplorables’ wegzetten. Die stigmatisering krijg je als een boemerang terug. En daarin verschilt ons land niet van Amerika.”

‘Wees eerlijk, de communicatieadviseurs zitten net zo hoog in de ivoren toren als de bestuurders.’

Huffnagel roept op tot leiding nemen.

Luisteren moet de politicus. Hij krijgt een felle blik in zijn ogen: “In de basis is niemand een racist. Je moet echter wel luisteren naar de onzekerheid die mensen voelen en ze erkennen in de onvrede die ze voelen. En dan moet je opstaan en leiding geven. Mensen willen geleid worden, niet genegeerd en weggezet in stereotyperingen. Ik kan het heel mooi illustreren. Er moet een asielzoekerscentrum in een dorp komen. De inwoners lopen te hoop tegen het plan en er zijn rellen. Mensen zijn bang dat het aantal inbraken stijgt en dat hun dochters niet meer veilig over straat kunnen. Als de vluchtelingen komen, is de eerste reactie vaak: ‘Oh, zijn dit ze?!’ Dan gaan de kinderen van die vluchtelingen naar de lokale school. En als het gezin geen verblijfsvergunning krijgt en het land uit moet, dan organiseert de school en het hele dorp een actie dat het gezin moet blijven. Leg mij maar uit hoe je die mensen weg kunt zetten als racisten!”

Het is de onzekerheid, wil hij nog maar een keer zeggen. Luister. Doe er iets mee. Niet op de manier van Geert Wilders, dat is makkelijk punten scoren. “Wat is dat nou voor oplossing? Alle buitenlanders eruit! Het klinkt kordaat maar het slaat volkomen nergens op. Het staat gelijk aan alle auto’s verbieden zodat je nooit meer een auto-ongeluk hebt. Zo werkt de wereld niet en dat snappen we allemaal wel. Maar ja, als je buren ineens in jellaba rondlopen en de taal niet spreken, daar wordt je wijk niet gezelliger op. Op dezelfde manier dat het niet gezelliger wordt als we allemaal met een bivakmuts op gaan lopen.”

Huffnagel zet zijn communicatiepet op.

De politiek moet leiderschap tonen. Ze moet luisteren en echt iets doen met de geluiden die ze hoort. Niet mensen wegstoppen in hokjes en negeren. “Als we dat blijven doen, dan zegeviert het populisme bij ons net zo goed als in Amerika.” De slimme adviezen moeten van de communicatieprofessionals komen, meent Huffnagel. “Maar wees eerlijk, die zitten net zo hoog in de ivoren toren als de bestuurders. Ze zitten lekker bij elkaar, lezen de NRC en de Volkskrant en denken dan te kunnen verkondigen dat zij de wereld veel beter snappen dan de mensen op straat.”

Neem de arrogante houding tegenover het verkiezingsprogramma van Geert Wilders toen het op een A4’tje werd gepresenteerd. Het journaille viel over hem heen: dat is toch niet serieus te nemen?! Ik vond het wel verfrissend: een soort managementsamenvatting. Want wie leest nou die pakketten die worden uitgebraakt? Stap uit dat oude denken, dat arrogante van intellectueel communicatieland waar iedereen roept dat het niet kan. Zo sla je elke discussie dood. En we hadden nou juist geconstateerd, al was het alleen maar aan de hand van de verkiezingen in de VS, dat je mensen niet moet wegzetten maar dat je moet luisteren.

Hij gaat op het puntje van de bank zitten en tikt met een vinger op tafel. “Als communicatieadviseur is het je taak te weten wat er in de buitenwereld gebeurt en dat mee de toren in nemen om aan je baas te laten zien. Het is niet je taak in de boardroom te gaan zitten knikken dat je baas zo knap is en het zo goed begrijpt. Jij zit in die boardroom om de straat naar die baas te brengen! Communicatief is er veel te leren van Trump. Hij liet zich uitstekend adviseren. Leer ervan als communicatieprofessional. Zorg dat je jouw baas kunt vertellen wat er leeft. Zorg dat je weet op welke plekken zijn achterban zit en waar jij dus ook moet wezen samen met je baas. Maar bovenal: wat leeft er op de plekken waar je baas niet komt? Dat gat moet je voor hem opvullen.

Je belangrijkste taak: fill in the gap. Als adviseur moet je weten waar jouw baas nooit komt maar wat hij wel moet weten over die plekken waar hij zich nooit vertoont. Ik heb geen kinderen en kom dus zelden op een schoolplein. Maar ik moet het sentiment van het schoolplein om half negen in de ochtend wel kennen. Dat moet de communicatieadviseur mij vertellen. Dat is zijn of haar rol. En als hij het niet weet, dan zorgt hij maar dat hij erachter komt. Hij moet niet alleen maar op mijn schoot kruipen en overal zijn waar ik ben. Hij moet de leemtes in mijn kennis opvullen zodat ik mijn visie en belofte op een geloofwaardige manier voor het voetlicht kan brengen.”

En natuurlijk is ons land nog geen Amerika, waar je ’s ochtends op televisie het ene kunt zeggen en in de middag tijdens een speech iets totaal anders. “In de strijd tussen Hillary en Trump vond niemand dat erg, omdat ze allemaal in hun eigen kringetje draaiden en vooral tegen het andere kamp waren. In ons land is het nog belangrijk wat je in het verleden gedaan hebt. Let als communicatieadviseur wel op alsjeblieft dat je in verschillende rollen ook zelf verschillend nieuws kan zijn. Dat iemand van D66 naar de hoeren gaat, is niet wereldschokkend, maar als de leider van de ChristenUnie dat doet, heb je een heel ander verhaal. Die sensitiviteit moet je hebben.”

Huffnagel glimlacht meewarig. “Gelukkig word je in ons land afgerekend op de inhoud.” Dan met een zucht: “Nog wel.”